Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Valpreventie
  4. Interviews
  5. “Minder valincidenten, zonder fixeren”

“Minder valincidenten, zonder fixeren”

17 augustus 2009

Op de Dag van de Verzorging kunnen verzorgenden, zorghulpen en helpenden elkaar ontmoeten, nieuwe kennis opdoen tijdens de informatiemarkt en leerzame workshops volgen. Bijvoorbeeld over valpreventie. “Daarbij gaan we in op de vraag hoe minder fixatie en minder valincidenten samengaan.”

Farida Krikke, consultant bij Stichting Consument en Veiligheid en gespreksleider van de workshop: “In de workshop wil ik het vooral hebben over fixatie, ook wel bekend als vrijheidsbeperkende maatregelen. Valpreventie heeft daarmee veel raakvlakken omdat fixatie vaak wordt ingezet om het vallen te beperken. In de volgende ronde van het verbetertraject van Zorg voor Beter wordt valpreventie dan ook aangepakt in combinatie met fixatie en probleemgedrag.”

Wat is fixatie?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg wil dat minder fixatie gebruikt gaat worden in instellingen. Want naast het risico op lichamelijk letsel, kan vrijheidsbeperking ook tot psychische schade leiden. Daarom is de onrustband sinds een paar maanden onderwerp van discussie. “Minder fixatie inzetten lijkt makkelijk, maar je moet wel eerst weten wat onder vrijheidsbeperkingen wordt verstaan”, vertelt Krikke. “Is dat het plaatsen van bedhekken of het op de rem zetten van een rolstoel? Om een goed beeld te krijgen van alle vrijheidsbeperkingen is door de IGZ gekozen voor een brede definitie: alle maatregelen die de vrijheid van cliënten beperken.

Dilemma

Verzorgenden staan voor een dilemma: ze willen minder gebruik maken van fixatie maar ook het aantal valincidenten verminderen. Het blijkt dat cliënten die niet gefixeerd worden wel vaker vallen, maar dat zij daarbij minder letsel oplopen. Dit is nog niet bekend bij iedereen. Een ander dilemma is dat vrijheidsbeperkende maatregelen soms juist een wens zijn van de familie van de cliënt. Het kan dan lastig zijn om tot overeenstemming te komen, want wat als de cliënt wel een keer valt? Zij willen liever niet dat hun moeder haar heup breekt.”

Alternatieven

Niet meer fixeren betekent niet helemaal geen maatregelen nemen. Krikke: “Je kunt gebruik maken van een hoog/laagbed. Door het bed laag te zetten valt de cliënt in ieder geval niet van grote hoogte, met minder letsel tot gevolg. Ook bestaan er belmatjes. Stapt de cliënt uit bed dan gaat er bij de verzorger een lampje branden. Dat is een minder ingrijpende maatregel dan een bedhek. Verder scheelt het ook al veel als je je meer verdiept in een cliënt. Probeer erachter te komen welke behoeften een cliënt heeft, waarom iemand onrustig is.”

Ideeën uitwisselen

De workshop over dit onderwerp zet verzorgden vooral aan het denken. “Ze vinden fixeren geen goede oplossing maar zien niet altijd een andere mogelijkheid”, aldus Krikke. Tijdens de workshop horen ze hoe anderen er mee omgaan, zodat ze het niet alleen hoeven op te lossen. Zo krijgen ze tips om bijvoorbeeld eens met de verpleeghuisarts over het probleem te praten en met elkaar naar alternatieven te zoeken. “Het belangrijkste wat ik wil is verzorgenden aan het denken zetten over het waarom van het fixeren. Is het wel nodig? En wat is het alternatief? Bespreek dat in het multidisciplinair overleg, want je moet tenslotte altijd kunnen verantwoorden wat je doet.”

Meer informatie

De Dag van de Verzorging vindt plaats op 6 oktober 2009. De dag en workshops bijwonen? Meld u dan aan op de website van V&VN. Of lees meer over het verbetertraject Valpreventie.

Bedhek