Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Probleemgedrag
  4. Interviews
  5. “Het aanpakken van probleemgedrag begint met erover te praten”

“Het aanpakken van probleemgedrag begint met erover te praten”

3 augustus 2009

Agressief gedrag, veelvuldig klagen, apathie en claimen. Voorbeelden van ‘probleemgedrag’. Tijdens de Dag van de Verzorging kunnen instellingen kennismaken met het verbetertraject van Zorg voor Beter over dit onderwerp. “Met openheid over het onderwerp kom je al een heel eind.”

Op de Dag van de Verzorging, dinsdag 6 oktober, kunnen verzorgenden, zorghulpen en helpenden elkaar ontmoeten, nieuwe kennis opdoen tijdens de informatiemarkt en leerzame workshops volgen. Zoals een workshop over het verbetertraject Probleemgedrag. Ruth Pel-Littel, namens Vilans projectleider van het traject: “We geven instellingen inzicht in hoe ze kunnen omgaan met probleemgedrag. Het is namelijk niet zo dat cliënten ‘vervelend’ zijn, er is vaak sprake van een achterliggend probleem.”

Inleven in gedrag

“Probleemgedrag is gedrag dat de cliënt vertoont waar hijzelf en/of een ander last van heeft”, vertelt Pel. “Het is natuurlijk wel de vraag of je het probleemgedrag moet noemen. Want vaak heeft een cliënt last van iets wat hij niet duidelijk kan maken. Hij heeft bijvoorbeeld pijn of hij moet plassen maar kan niet de link leggen met een bezoekje aan het toilet. Het gevolg: roepen of agressie. Als verzorgende kun je dan heel kortaf zijn, maar je kunt er ook met de cliënt over in gesprek gaan om erachter te komen waar de cliënt werkelijk mee zit. Dat doen we bij dit verbetertraject.”

De oplossing ontdekken

Het traject richt zich op twee pijlers. Pel: “Ten eerste onderzoeken organisaties hoe het gesteld is met de vaardigheden binnen het team. Is er bijvoorbeeld een visie op probleemgedrag en hoe staat het met de scholing van medewerkers? Ten tweede moet de organisatie per cliënt in beeld krijgen wat er werkelijk aan de hand is en wat de oplossing is.” Dat moet vooral uitgeprobeerd worden, een open insteek is geboden. “Als een cliënt hard aan het roepen is kun je heel simpel de deur dicht doen. Maar je kunt ook proberen te ontdekken wanneer een cliënt roept, in welke omstandigheden en wat voor ziektebeeld iemand heeft. Dan is het mogelijk dat je daar een patroon in ontdekt. Pas je daar iets in aan, dan kan ook het gedrag veranderen.”

Vicieuze cirkel

Er zijn inmiddels drie rondes van dit verbetertraject afgerond met diverse doelgroepen. “Er deden verpleeg- en verzorgingshuizen mee, maar ook instellingen uit de gehandicaptensector. En met mooie resultaten”, vertelt Pel. “Cliënten met probleemgedrag krijgen toch al snel een negatief stempel. Dat lokt een negatieve reactie uit van verzorgers en zo belanden ze samen in een vicieuze cirkel. Nu ontdekken verzorgers de oorzaak en begrijpen ze het gedrag beter. Daardoor letten ze ook meer op het positieve gedrag van een cliënt. Door dat vervolgens te benoemen vertoont de cliënt minder probleemgedrag.

Openheid

Een ander belangrijk resultaat is dat de teams van verzorgenden nu praten over probleemgedrag. “Dat was vaak moeilijk, want waarom vertoont een cliënt bij de ene medewerker wel en bij de andere geen probleemgedrag? Nu kunnen medewerkers van elkaar leren. En ook de familie is opgelucht dat er open over wordt gesproken. Ze schamen zich toch als hun moeder opeens mensen beledigt.” Openheid is dus in alle opzichten belangrijk: durf te ontdekken wat het probleem is. “We denken nu na over een vervolg op het traject. Want dat het waardevol is blijkt wel uit een uitspraak van een projectleider: ‘Door ons te richten op probleemgedrag kregen we uiteindelijk de cliënt beter in beeld en daarmee konden we bijdragen aan zijn kwaliteit van leven.’ Mooi toch?”

Meer informatie

Ruth Pel-Littel