“Praten en verdiepen in cliënt: minder probleemgedrag”
Een jaar lang aandacht besteden aan één cliënt. Dat deed Stephani van Zuijlen van ’s Heeren Loo tijdens het verbetertraject Probleemgedrag. “We verspreiden de resultaten binnen de organisatie.”
Stephani van Zuijlen werkt op de dagbesteding van Nieuw Zeezicht, onderdeel van ‘s Heeren Loo in Ermelo. Naar deze dagbesteding komen mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag en autisme. Van Zuijlen en haar teamleden krijgen veel te maken met fysieke agressie en ander probleemgedrag, zoals verbale agressie en seksueel ontremd gedrag.
Handelingsverlegenheid en normvervaging
“Medewerkers hadden regelmatig last van handelingsverlegenheid: ze wisten niet wat voor alternatieven ze konden bieden zodat de aandacht ergens anders naartoe ging. Ook wisten ze niet waar het gedrag door werd veroorzaakt”, aldus Van Zuijlen. Daarnaast was er sprake van normvervaging. “Mensen gingen steeds meer accepteren van cliënten en legden de lat voor zichzelf steeds hoger. ‘Ik heb geen verwonding, dus ik hoef het niet te melden’, zeiden ze dan.”
Verbetertraject
Toen haar leidinggevende voorstelde om mee te doen aan het verbetertraject van Vilans, was Van Zuijlen direct enthousiast. “Vooral het feit dat we naar de mogelijkheden zouden kijken in de omgang met lastige situaties, in plaats van naar de beperkingen, trok me aan.” Het verbeterteam, dat behalve Van Zuijlen bestond uit haar leidinggevende, een orthopedagoog, een begeleider en een cliëntvertegenwoordiger, had met de deelname aan het verbetertraject twee doelen. “We wilden het personeel competenter maken en tegelijkertijd de kwaliteit van zorg verbeteren.”
Aanpak voor individu en groep
Het verbeterteam werkte op twee fronten om deze doelen te bereiken. Bij de cliënt die individuele aandacht kreeg, werd eerst het aantal incidenten van automutilatie gemeten, waar krabben en slaan, maar ook gillen onder valt. Bij de overige ongeveer zestig cliënten deed het team metingen naar het aantal incidenten met agressie, zowel fysiek, seksueel als verbaal. Het aantal meldingen steeg de eerste maanden enorm. “Iedereen was zich er weer van bewust dat we agressief gedrag niet normaal moeten vinden”, legt Van Zuijlen uit. “Ineens werd elk incident vermeld.”
Stappenplan
Met de individuele cliënt ging het team vervolgens aan de slag volgens het achtstappenplan. Dat bestaat onder meer uit het in kaart brengen van het probleem, het begrijpen van het gedrag, een plan maken en naar aanleiding van de resultaten conclusies trekken. “Als hij gilde, zetten wij hem wel eens buiten de ruimte. Dat kan een keer, maar niet altijd. We hadden echter geen alternatieven. Nu zochten we naar een individuele oplossing. We gingen bijvoorbeeld fruit met hem schillen of samen een brief posten. We haalden hem uit de groep, maar gaven hem wel aandacht.”
Individueel resultaat
Deze aanpak leverde goede resultaten. “Het aantal meldingen daalde met vijftig procent. We boekten veel kleine resultaten, maar we hadden ook niet de illusie dat we zijn probleemgedrag volledig weg konden nemen.” Uiteindelijk is de cliënt overgeplaatst naar een meer reguliere afdeling, omdat hij minder intensieve begeleiding nodig had. Een positief gevolg van het verbetertraject.
Achtergrondinfo verandert beleving
Omdat de individuele aanpak ook bij andere cliënten werd toegepast, nam het aantal incidentmeldingen op de hele afdeling af. “Omdat medewerkers er zoveel mee bezig zijn en met elkaar praten, zitten ze minder snel met de handen in het haar. Misschien waren de incidenten niet minder ernstig, maar ze werden wel als minder ernstig ervaren.” Medewerkers gingen zich ook meer verdiepen in de cliënten. “Ze hadden meer belangstelling voor de achtergrond van het gedrag. En gingen daarover ook met elkaar in gesprek. Het lijken kleine resultaten, maar praten is wel de basis van alles.”
Verspreiding in de organisatie
In januari is het verbetertraject afgerond. Van Zuijlen en haar team gaan de opgedane ervaringen van het verbetertraject nu verder verspreiden in de organisatie. “We gaan binnen de afdeling door met meten. Ook gaan we met twee nieuwe cliënten een individueel traject in. Verder is het aanpakken van probleemgedrag opgenomen in het jaarplan. En tot slot gaan we gebruik maken van twee medewerkers die training hebben gehad, zodat zij collega’s kunnen ondersteunen bij de omgang met probleemgedrag.”