Kwetsbare kinderen leren omgaan met hun ontluikende seksualiteit
Mariëtte van Bilderbeek en Annemarie Kurstjens van zorginstelling Cordaan doen mee aan het eerste verbetertraject Preventie Seksueel Misbruik. Niet alleen om hun cliënten te beschermen tegen seksueel misbruik, maar vooral om hen bewuster te maken van hun lichamelijke ontwikkeling en het leren omgaan met grenzen. “Dan worden ze weerbaarder”, zegt Kurstjens. “We hopen daardoor misbruik te voorkomen en ze te leren wat wel en wat niet kan.” Bilderbeek: “Het blijven tenslotte kwetsbare kinderen. Sommige kinderen worden nooit weerbaar. Het is aan ons om goed de signalen van misbruik voor ogen te houden. Seksuele ontwikkeling moet een structureel onderdeel van ons beleid worden.”
Foto links: Mariëtte van Bilderbeek
Foto rechts: Annemarie Kurstjens
![]()
Kwetsbare doelgroep
Pilotafdeling van Cordaan is het KinderDienstenCentrum (KDC) De Kring in Amsterdam. Naar dit centrum komen 35 kinderen tussen de 8 en 18 jaar met een ernstig en matig verstandelijke beperking, veelal met bijkomende gedragsproblematiek. Omdat zij vaak niet weten om te gaan met hun ontluikende seksualiteit, komt het voor dat zij medewerkers bij borsten of kruis grijpen of bijvoorbeeld op straat hun broek naar beneden doen. Dat maakt hen kwetsbaar voor misbruik. Na een aantal incidentmeldingen besloten Kurstjens, teamleider op De Kring en van Bilderbeek, beleidsmedewerker van Cordaan Jeugd, zich op te geven voor het verbetertraject Preventie Seksueel Misbruik.
Twijfels
De eerste bijeenkomst in juni 2006 viel enigszins tegen voor het verbeterteam van Cordaan, dat behalve de twee geïnterviewden uit een gedragsdeskundige bestaat. “Wij waren de enige instelling waarvan de cliënten kinderen zijn met een laag ontwikkelingsniveau”, aldus Kurstjens. “De meeste andere deelnemers werkten bij instellingen voor licht verstandelijk gehandicapten. Zij hebben te maken met andere problemen en risico’s, zoals internet.”
Sterkte-zwakte-analyse
Toen hun doelen duidelijker werden gedurende het leertraject, raakten van Bilderbeek en Kurstjens steeds meer overtuigd van het nut van hun deelname. In eerste instantie wilden ze meer informatie over het geven van seksuele voorlichting aan kinderen met een laag ontwikkelingsniveau en de rol van seksualiteit in andere culturen. Tachtig procent van hun cliënten heeft namelijk een niet-Nederlandse achtergrond. Uit de sterkte-zwakte-analyse van hun organisatie, bleek echter dat ze zich juist op andere dingen moesten richten. Het verbetertraject richt zich op attitude, competenties en sturing. “En juist op dat laatste aspect moesten wij ons gaan richten”, aldus van Bilderbeek.
Structuur
”We moeten het thema seksualiteit een vaste plaats geven binnen Cordaan Jeugd. Bijvoorbeeld in het ondersteuningsplan van een cliënt, in de jaarlijkse evaluatiegesprekken met ouders, in intakegesprekken met nieuwe ouders maar ook in sollicitatiegesprekken met medewerkers”, vertelt van Bilderbeek. “Daarnaast maken we een informatiemap voor de medewerkers. En niet de informatiemap alleen is van belang, maar ook een structurele borging van het onderwerp zodat die map echt gebruikt wordt”, vult Kurstjens aan.
Ouders
Een van de actiepunten was het bespreken van het onderwerp met de ouders tijdens de jaarlijkse evaluatiebespreking. Het ging Cordaan vooral om de ouders van niet-Nederlandse afkomst. In de praktijk was het echter niet zo ingewikkeld, vertelt Kurstjens. “We gaven vooraf aan dat het onderwerp seksualiteit aan de orde zou komen en lieten de ouders de keus wie het gesprek zou voeren. De ouders reageerden daar heel goed op. Seksualiteit bleek een onderwerp waarover heel goed te praten valt. Het onderwerp had vooral een drempel voor ons als groepsleiding.” Van Bilderbeek: “Ouders waren juist blij dat wij seksualiteit bespreekbaar maakten. Ze hadden er vaak zelf nog niet bij stilgestaan.”
Medewerkers
Bij de structurele borging van seksualiteit hoort ook een nieuw protocol. Hierin is vastgelegd op welke signalen medewerkers moeten letten als het gaat om seksueel misbruik. Hierdoor weet men beter hoe te handelen bij het vermoeden van misbruik van een cliënt. “Het lastige van onze doelgroep is dat je niet altijd weet of bepaalde gedrag bij de handicap hoort of niet”, legt Kurstjens uit. “We hadden een cliënt met autisme die de ene week een dwangmatige interesse had voor het kruis van een medewerker. Maar de week daarna was ze dwangmatig gericht op het stuk maken van eieren…”.
Taken van verbeterteam
Om van het thema seksualiteit een structureel onderdeel te maken van de organisatie, vraagt het verbetertraject een intensieve inzet van de deelnemers. Niet alleen komen alle verbeterteams elke drie maanden bij elkaar, ook onderling heeft het team regelmatig overleg. Ook moeten ze de bevindingen nog overbrengen naar hun collega’s op de werkvloer. Maandelijks voert het team een meting uit. “We laten zeven medewerkers een vragenlijst invullen over attitude, competenties en sturing”, zegt Kurstjens. “In de afgelopen maanden zagen we dat de scores omhoog gaan. Ze signaleren bijvoorbeeld meer buitensporig gedrag of voelen zich vrijer om te spreken over seksualiteit. Het kost dus tijd, maar levert zeker wat op.”
Meer meldingen
Sinds de medewerkers meer aandacht hebben voor seksualiteit is het aantal meldingen gegroeid. “Uiteraard letten ze beter op signalen van kinderen. Maar ze durven het nu ook bespreekbaar te maken en weten beter wat de grenzen zijn en wat ze moeten doen als een kind in hun kruis grijpt. Ook al heeft dat kind een handicap”, legt Kurstjens uit. Niet elke medewerker stond direct te springen om met het thema aan de slag te gaan. “Het hangt natuurlijk af van je eigen opvoeding en ervaringen hoe je ermee omgaat. Daarom moet een veilige sfeer in het team ervoor zorgen dat er vrijuit gesproken kan worden over seksualiteit”, vult van Bilderbeek aan.
Van klein naar beter
In het verbetertraject proberen de deelnemende instellingen de vernieuwingen eerst in het klein uit met cliënten en hun ouders. Door te leren van deze praktijkervaring verbetert men het oorspronkelijke idee vervolgens. Voordeel van deze aanpak is dat teams erg betrokken raken bij de verbeteringen en snel leren. Wanneer de pilot is afgelopen, wil het verbeterteam alle verbeteringen goed borgen binnen het KDC en vervolgens implementeren binnen alle kinderdiensten. “Eerst alleen bij Cordaan Jeugd en daarna ‘Cordaan breed’. Het is fijn dat onze inzet breed gedragen wordt, dat komt de resultaten uiteindelijk ten goede.”