“Doorlopen medicatieproces is verantwoordelijkheid van zorginstellingen zelf”
Vilans-projectleider Marijke Wigboldus kijkt niet op van de conclusies in het rapport van de inspectie over de Medicatieveiligheid in de thuiszorg, verpleging en verzorging en gehandicaptenzorg: “Er is binnen instellingen onvoldoende bekend over de geldende veldnormen voor medicatieveiligheid. Hierdoor is er nog te weinig geregeld rond de medicatie.”
Juist die veldnormen, en dan vooral de vertaling ervan naar de betreffende instelling, zijn hard nodig concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in haar rapport ‘Medicatieveiligheid voor kwetsbare groepen’. Die normen kunnen ervoor zorgen dat instellingen zich veel beter bewust zijn van wat er nodig is voor een gedegen beleid rond medicatieveiligheid, legt Wigboldus, projectleider van het Verbetertraject Medicatieveiligheid & Polyfarmacie, uit. “In de gehandicaptenzorg is er de veldnorm Handreiking medicatiebeleid in de gehandicaptenzorg maar die is pas kortgeleden geactualiseerd en komt binnenkort pas beschikbaar. In de verpleging en verzorging zijn de normen verouderd en in de thuiszorg ontbreken de normen voor een veilige manier van werken met medicatie vrijwel geheel.”
Medicatieoverdracht
De inspectie concludeert verder dat de aanwezigheid van een compleet en actueel medicatieoverzicht een verbeterpunt is bij bijna alle zorginstellingen die zijn bezocht. “Zorginstellingen moeten er samen met de (huis)artsen en apothekers voor zorgen dat de medicatieoverdracht goed geregeld is”, legt Wigboldus uit. “In 2011 geldt er een nieuwe richtlijn voor de overdracht van medicatiegegevens in de keten die de zorginstelling verplicht hierin zelf het initiatief te nemen.”
Bewustwording
De inspectie legt met dergelijke thematische controles de vinger op de zere plek vindt Wigboldus. “En dat is heel goed, want de quick scan die de inspectie dan uitvoert maakt de bezochte instellingen direct bewuster van de risico’s. Juist die bewustwording verbetert de situatie direct.” Dat bleek ook uit de follow-up bezoeken die de inspectie inmiddels heeft afgelegd bij de ruim 200 zorginstellingen die zijn gecontroleerd. “Er is al veel verbeterd.”
Rol huisarts en apotheker
Wigboldus schetst de ideale situatie rondom de medicatieveiligheid: “Minimaal één keer per jaar moet er een medicatiebeoordeling plaatsvinden samen met de apotheker en (huis)arts. In verpleeghuizen moet dat twee keer per jaar gebeuren.” Bij voorkeur in een gesprek tussen arts, apotheker en een medewerker van de zorginstelling. De apotheker is daarbij verantwoordelijk voor de farmaceutische zorg en controleert de medicatie, toedieningsvorm en dosering. De huisarts is verantwoordelijk voor een goed voorschrijfbeleid. De medewerker van de zorginstelling brengt tijdens die gesprekken de cliëntgebonden medicatieproblemen in na overleg met de cliënt(vertegenwoordiger). “De instellingen moeten duidelijk maken wat ze hierbij verwachten van de apotheker en de (huis)arts. Het is de eigen verantwoordelijkheid én plicht van de zorginstellingen dat ze het medicatieproces doorlopen op de risico’s die de inspectie nu constateert.”
Scholing en bijscholing
Op de vraag wat instellingen zelf kunnen doen om de medicatieveiligheid te verbeteren is Marijke Wigboldus duidelijk: “Scholing is erg belangrijk. Dat is ook een van de punten die de inspectie heeft noemt. Scholing en bijscholing moet je periodiek regelen en dat is nog te weinig het geval.”
Terwijl dat niet moeilijk hoeft te zijn: er zijn veel handige producten en hulpmiddelen ontwikkeld binnen de Verbetertrajecten Medicatieveiligheid van Zorg voor Beter. Instellingen kunnen die gratis uit de Kennisbank op deze site halen.
Meer informatie
- Het IGZ-rapport ‘Medicatieveiligheid voor kwetsbare groepen’ en deelrapporten van de bezochte zorginstellingen
- Meer over de Richtlijn voor de overdracht van medicatiegegevens in de keten die per 1 januari 2011 geldt.
- Producten voor het verbeteren van de medicatieveiligheid in de Kennisbank van Zorg voor Beter.
- Meer informatie over advies of ondersteuning van Vilans is op te vragen bij Marijke Wigboldus, m.wigboldus@vilans.nl, tel: 030-7892356.