Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Management van kwaliteit
  4. Nieuwsberichten
  5. Speeddaten voor Management van Kwaliteit

Speeddaten voor Management van Kwaliteit

15 april 2009

Om structureel te werken aan kwaliteitsverbetering krijgen 23 organisaties ondersteuning van Zorg voor Beter. Het traject dat een jaar duurt is bedoeld voor projecten die zijn gericht op het managen van kwaliteit. Op 8 april kwamen de projectleiders bijeen voor de aftrap. Het hoogtepunt: de speeddates!

“Zorg voor Beter behaalt met verbetertrajecten veel lokale successen, maar de verspreiding binnen de organisatie of de sector blijft vaak uit”. Jet Wiechers van Plexus legt aan het begin van de bijeenkomst in Den Bosch direct de vinger op de zere plek: het borgen en spreiden. Plexus is het organisatieadviesbureau dat de organisaties begeleidt en de succes- en faalfactoren bij het managen van kwaliteit gaat verzamelen.

Management van kwaliteit noodzaak

“De doelstelling van Zorg voor Beter is om goede resultaten organisatiebreed te verspreiden. Maar ook om structureel te verbeteren. En daarvoor is management van kwaliteit noodzakelijk, vandaar dit nieuwe traject” Volgens Wiechers kun je management van kwaliteit bijvoorbeeld aanpakken met het INK (Instituut Nederlandse Kwaliteit) Management Model. Een belangrijk onderdeel hiervan is de plan-do-check-act-cyclus. “Hoe wordt jouw project een succes? Alleen met goed verandermanagement dat doorwerkt in alle onderdelen van de organisatie.”

Van elkaar leren

De projecten van de organisaties die deelnemen aan ‘Management van Kwaliteit’ zijn heel verschillend: zo houdt de ene organisatie zich bezig met een thema zoals preventie seksueel misbruik, eten en drinken of decubitus. Een ander richt zich juist meer op de organisatie, zoals innovatief HRM, de jaarplancyclus of de implementatie van klinische paden. De bedoeling is dat de organisaties redelijk zelfstandig aan de slag gaan (of al zijn gegaan) met hun project. Behalve een gezamenlijke start- en eindbijeenkomst vinden ook twee regionale sessies plaats. Hier komen groepjes van drie of vier organisaties bij elkaar om van elkaar te leren.

Speeddaten

Om te weten met welke organisatie je zou willen samenwerken, moet je elkaar natuurlijk wel leren kennen. Daarom is het na de introductie van Wiechers tijd voor de organisaties om gelijkgestemden te gaan vinden. En dat gebeurt met het zogenoemde speeddaten. “Wie heeft er ervaring met dit fenomeen?”, vraagt Emmeline Kunst van Plexus. Sommigen in de zaal beginnen te gniffelen, maar niemand antwoordt. Kunst legt uit dat iedereen een schema krijgt met daarop per ronde wie met wie date. Vijf minuten heeft iedereen de tijd om uit te leggen wat zijn project inhoudt én om te luisteren naar het verhaal van de ander. Dan klinkt onvermijdelijk de toeter van de medewerkers van Plexus, ten teken dat het tijd is voor de volgende ronde. Die eerste indruk moet genoeg zijn om te bepalen of je wel of niet met diegene in een subgroepje wilt werken.

Project met smaak

Odette de Ridder en Gerda van der Valk van ’s Heerenloo gaan aan tafel met twee medewerkers van Argos Zorggroep. “Met ons project ‘Smaak, zo wil ik eten’ willen we cliënten veel meer betrekken bij wat ze willen eten, wanneer en waar”, begint De Ridder enthousiast te vertellen. “Het is een complex project, want we willen veranderingen doorvoeren op alle niveaus: bij de cliënt, de medewerker en de groepsleider. En ook nog eens in de gehele organisatie.” Van der Valk voegt toe: “Het is prachtig en ingewikkeld, maar we hebben tijd genoeg.”

Zeker een ‘jaatje’

De tweede helft van de speeddate mag J. Schumacher van Argos vertellen over hun project: “Wij hebben 144 bewoners op een afdeling die tussen wal en schip belanden, namelijk tussen verzorging en verpleging”, aldus Schumacher. “Wij willen ze zelfredzaam maken in een appartement, op een afdeling met ondersteuning. Wij willen uitgaan van wat ze nog kunnen en niet van wat ze niet meer kunnen.” “Precies”, roept Van der Valk van ’s Heerenloo uit. “Dat willen wij ook!” Als de toeter klinkt zijn de vier nog niet uitgepraat. “Met hen wil ik wel samenwerken, zeker een ‘jaatje’ achter de naam”, reageert De Ridder enthousiast.

Matches maken

In twaalf rondes maken de projectleiders kennis met alle organisaties in hun regio. Daarna vullen zij in met wie ze niet of juist graag willen samenwerken. “Je kijkt toch vooral of je er zelf iets aan hebt”, legt een projectleider zijn keuze uit. “Sommigen vind ik echt niet interessant, anderen juist wel. Mijn belangrijkste argumenten zijn toch of het binnen mijn sector past en bij mijn onderwerp.” Plexus maakt uiteindelijk groepjes aan de hand van de voorkeuren. Die organisaties gaan volgende keer samen aan de slag om hun ervaringen uit te wisselen over management van kwaliteit.

Meer informatie