Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Innovatie
  4. Interviews
  5. “Juist in tijden van hoge werkdruk is het goed om afstand te nemen van je vak”

“Juist in tijden van hoge werkdruk is het goed om afstand te nemen van je vak”

1 maart 2007

NVVA, V&VN en Sting zijn druk bezig met de invulling én praktische uitvoering van de normen voor verantwoorde zorg. De drie projectleiders van deze organisaties, Astraia Rühl (NVVA), Aart Eliëns (V&VN) en Majorie de Been (Sting), vertellen hier over de instrumenten die het werken volgens de normen voor verantwoorde zorg mogelijk moeten maken.

Verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden en verpleeghuisartsen hebben praktisch toepasbare instrumenten nodig om te werken volgens de normen voor verantwoorde zorg. Daarom hebben de drie organisaties na een uitgebreide inventarisatie gekozen welke richtlijnen, lesbrieven en/of trainingen de zorgprofessionals hierbij kunnen gebruiken.

Leren door praktijkervaring

“Bij de ontwikkeling van instrumenten voor het verbeteren van de kwaliteit van zorg lopen verpleegkundigen en verzorgenden, maar ook verpleeghuisartsen achter. Vooral als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld medisch specialisten”, begint Aart Eliëns. Hij vertelt dat sommige instrumenten, zoals richtlijnen, sterk verouderd waren en dringend aan herziening toe zijn. Majorie de Been vult aan dat het bestaande materiaal meestal ongeschikt was als leermateriaal voor helpenden en verzorgenden. “Helpenden en verzorgenden zijn doeners die het beste leren door ervaring op te doen. We moeten kwaliteitsinstrumenten inzetten die daarop afgestemd zijn.”

Continu doorontwikkelen

Volgens Astraia Rühl werken de gezamenlijke organisaties al vijf jaar aan de ontwikkeling en implementatie van hulpmiddelen voor de professionals. “De beroepsontwikkeling van verzorgenden, verpleegkundigen en verpleeghuisartsen in de ouderenzorg bestaat nog niet zo lang” aldus Astraia. “Op heel veel gebieden zijn er daarom nog geen instrumenten die het handelen ondersteunen.” Ze noemt het onlangs gepubliceerde RGO-rapport waaruit blijkt dat er onvoldoende kennis is over de ‘oudere complexe zorgpatiënt’. “We hebben instrumenten ontwikkeld die de professionals ondersteunen binnen alle domeinen. Accentverschillen zijn afhankelijk van de rol van de professional bij de uitvoering van zorg.”

Disciplinegrenzen overschrijden

Majorie de Been is ervan overtuigd dat de winst van de normen voor verantwoorde zorg voornamelijk zit in de expliciete aandacht voor kwaliteit van leven. “De zorgprofessional moet bij de zorg voor de cliënt over de grenzen van de eigen discipline heenkijken” vertelt De Been. “Met een goede communicatie maak je de juiste afspraken met de klant en met het zorgleefplan zorg je dat die afspraken ook worden nagekomen.” Ze vertelt dat de zorg steeds meer te maken krijgt met verschillende culturen. “Zowel het cliëntenbestand als de verzorgende medewerkers worden steeds diverser. Een goede communicatie is daarbij essentieel. Verwachtingen en vooroordelen moeten bespreekbaar zijn om sámen te kunnen werken aan een goede verzorging.” Het project ‘vraaggericht werken in een multiculturele setting’ is expliciet gericht op dit thema.

Verschillende implementatietrajecten

“Het blijft een kunst om kennis te ontsluiten voor de praktijk”, aldus Rühl. “Instrumenten die we ontwikkelen vanuit een bestaande richtlijn zijn snel beschikbaar. Maar instrumenten zoals ‘evidence based’ richtlijnen die op de praktijk zijn gebaseerd, hebben een langer ontwikkeltraject. In alle gevallen voeren we proefimplementaties van de instrumenten uit. Daarmee toetsen we of de richtlijn de verpleeghuisartsen, verpleegkundigen en verzorgenden helpt in hun dagelijkse werk.” Eliëns voegt hieraan toe dat de instrumenten in de periode 2007 tot en met 2009 worden ontwikkeld. “De instrumenten moeten niet in de boekenkast belanden”, benadrukt hij. “Daarom wordt een aantal meegenomen in de huidige verbetertrajecten van Zorg voor Beter. De instrumenten over incontinentie gaan al in 2007 als verbetertraject van start”, aldus Eliëns.

Impuls voor kwaliteit

Rühl is blij met de rol van VWS als aanjager van de implementatie: “De boodschap van het ministerie is ‘niet alleen ontwikkelen, maar ook implementeren!’. De kans is groot dat we instrumenten die te vaak op de plank blijven liggen, nu gaan gebruiken in verbetertrajecten.” Ze vertelt dat ze starten met specifieke verbetertrajecten zoals de implementatie van de richtlijn Mondzorg en de Norm voor Medicatieoverdracht. Daarnaast worden instrumenten zoals de NVVA Richtlijn Salode waar mogelijk opgenomen in een ‘toolkit’ voor verbeterteams.

Geen tijd voor verbeteringen

Op de vraag hoe de zorgprofessional tijd moet vinden voor al deze verbeteringen zijn de drie projectleiders eensgezind. Ze beseffen dat de werkdruk door de vergrijzing alleen maar hoger wordt. De Been: “In de zorg is tijd schaars. Maar juist in tijden van hoge werkdruk is het goed om afstand te nemen van je vak. Dan kun je beter keuzes maken. Een goed toegeruste professional doet dit met meer vertrouwen en houdt het werk langer en met meer plezier vol. Wij blijven ervoor pleiten dat dit nodig is voor een goede beroepsuitoefening en een goede kwaliteit van zorg.”

Goede toepasbaarheid testen

Eliëns vindt het belangrijk de instrumenten te integreren in een elektronisch medisch dossier. “Ook moeten ze een plaats krijgen in het onderwijs en in de bijscholing in het kader van de herregistratie.” Hij voegt eraan toe dat veel hulpmiddelen in de praktijk worden getest. “Hieruit blijkt of ze toepasbaar zijn. We gaan natuurlijk geen hulpmiddelen ontwikkelen die in de praktijk tot last zijn.” Rühl vindt het essentieel dat alle disciplines, inclusief het management hierin moeten investeren. Dit levert volgens haar naast een betere kwaliteit van de zorg ook gemotiveerde medewerkers op.

Meten is weten

Aart Eliëns vindt het vanzelfsprekend dat na implementatie van de instrumenten wordt gekeken of cliënten baat hebben bij de hulpmiddelen. “Door bijvoorbeeld te kijken of incontinentie of probleemgedrag is afgenomen, maar ook of cliënten meer tevreden zijn en zichzelf beter managen.” Het toetsingskader bij de Norm voor Verantwoorde Zorg is een hulpmiddel voor het meten van de kwaliteit van de zorg. De zogenaamde CQ-index V, V&T meet de ervaring van de cliënt. Rühl: “Met de uitkomsten kunnen instellingen met behulp van onze instrumenten gericht werken aan verbeteringen . Het is belangrijk dat iedere cliënt merkt dat men met elkaar werkt volgens de normen voor verantwoorde zorg. En omdat je dit samen met de cliënt doet, is het effect van je inspanningen direct merkbaar.