“Focus op de bronnen die mensen zelf hebben om in hun behoeften te voorzien”
Jan Hamers is hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Hij gaat samen met Ruud Kempen onderzoeksprogramma’s opzetten over innovaties in de ouderenzorg.
Wat kunt u over het onderzoeksprogramma vertellen?
Binnen het programma worden verschillende onderzoeken gedaan op het terrein van de ouderenzorg. Die onderzoeken hebben eigenlijk een drieledig doel. In de eerste plaats het in kaart brengen van problemen die zich voordoen in de zorg. Vragen zoals ‘wat zijn de (zorg)behoeften van mensen?’, ‘wat zijn determinanten van bijvoorbeeld de kwaliteit van zorg?’ en ‘wat is de prevalentie en incidentie van zorgproblemen?’ staan daarbij centraal.
Het tweede deel is interventie onderzoek. Er worden interventies ontwikkeld om zorg te verbeteren, om de kwaliteit van leven voor de mensen te verbeteren. Vervolgens toetsen wij die interventies op de effectiviteit. Als we vervolgens weten wat goede interventies zijn, dan houden we ons bezig met de implementatie, het derde deel van het programma.
Op dit moment richten wij ons vooral op de eerste twee onderdelen. Wij vinden dat je eerst moet weten wat goede en effectieve interventies zijn voor je die gaat implementeren. Ik denk dat men nu vaak in het enthousiasme te graag en te snel wil implementeren zonder dat men weet of het wel of niet effectief is. We zien dat er veel innovaties plaatsvinden. Dat is goed en dat moet je blijven stimuleren, maar je moet daarbij wel bedenken wat de effecten zijn en of iedereen daar wel van kan profiteren. Daar moet veel meer aandacht aan besteed worden.
Waar houdt het programma zich vooral mee bezig?
Binnen het programma innovaties in de zorg voor ouderen is er een aantal thema’s waar wij ons mee bezig houden. Ik richt me vooral op de thema effectiviteit van het primaire zorgproces en organisaties in de zorg.
Binnen dat laatste thema kijken we onder andere naar aspecten van de kwaliteit van zorg. We hebben recent bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de kwaliteit van zorg in alle Limburgse verpleeg- en verzorgingshuizen. Daarin is gekeken hoe cliënten en medewerkers daarover oordelen. Dat onderzoek is net afgerond en daar komt een positief beeld naar voren. Zeker als je het vergelijkt met beeld dat de media de afgelopen twee jaar schetsten van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. De resultaten van dat onderzoek zijn beschreven in het rapport ‘kijk op zorgkwaliteit’ dat te downloaden is via www.prv-limburg.nl.
Een ander groot project is het in kaart brengen van zorgbehoefte. Daarbij kijken we vooral naar hoe je een ander aanbod kunt creëren dat zo goed mogelijk aansluit bij de vraag van mensen. Dat heeft alles te maken met het omkeren van aanbod- naar vraaggestuurde zorg.
Veel instellingen zeggen dat ze vraaggerichte zorg leveren of dat ze dat willen doen. Alleen is de vraag wat dat nu precies is en hoe je nieuw aanbod moet creëren dat ook beter past bij de vraag. De algemene aanname is dat je dan moet kijken naar de individuele behoeften van mensen.
Wij zijn een aantal jaar geleden begonnen met onderzoek daarnaar en we zijn tot de conclusie gekomen dat het maar zeer de vraag is of die behoeften het uitgangspunt zouden moeten zijn. We hebben een model ontwikkeld waarin wij aangeven dat je veel meer zou moeten focussen op de bronnen die mensen zelf hebben om aan hun eigen behoeften te voldoen. Voorbeelden van bronnen zijn inkomen, mobiliteit, maar ook de mantelzorg en het informele netwerk. Als er ergens in die bronnen iets fout gaat dan doet het probleem zich voor en is de kans groot dat een zorgvraag ontstaat.
Wat is dan vraaggericht? Dat is als je je aanbod veel meer op de ondersteuning van bronnen richt zodat de cliënten zoveel mogelijk de regie in eigen hand houden.
Ik heb de indruk dat voorzieningen die zich meer richten op de ondersteuning van die bronnen beter ‘worden afgenomen’ dan andere voorzieningen. Wij toetsen op dit moment nieuwe beleid en nieuwe zorgvormen en welzijnsvoorzieningen. Dat onderzoek zal uitwijzen in welke mate deze veronderstelling klopt.
Wij doen ook onderzoek naar de effectiviteit van het primaire zorgproces, de relatie van de hulpverlener met de patiënt. De onderzoeken die onder dit thema vallen hebben betrekking op de dagelijkse zorg en proberen die zorg te verbeteren en te optimaliseren.
Dan moet je denken aan onderzoeken over bijvoorbeeld het beoordelen van pijn van mensen met ernstige dementie. Daar is internationaal bijna geen onderzoek naar gedaan. Wij proberen te kijken hoe je verzorgenden hulpmiddelen kunt geven om die pijn te proberen in te schatten. Met name bij mensen die zichzelf niet kunnen uiten. Wij hebben onlangs een systematische review geschreven over bestaande meetinstrument (BMC geriatrics) en een onderzoek gedaan naar de psychometrische eigenschappen van twee vertaalde instrumenten in Nederland. De volgende stap is kijken naar de effecten van implementatie van zo’n schaal in de praktijk.
Een andere belangrijke lijn binnen het thema effectiviteit van het primaire zorgproces is vrijheidsbeperking. We doen daar al een aantal jaren onderzoek naar. Op dit moment hebben we de dataverzameling afgerond van een grote trial naar de effectiviteit van een bijscholingsprogramma op de reductie van vrijheidsbeperking. De resultaten daarvan worden eind dit jaar verwacht. Dan komt ook een DVD uit die we hebben ontwikkeld.
Een aantal jaar geleden is namelijk een experimentje gedaan met een aantal medewerkers. Die hebben we vrijwillig 24 uur gefixeerd om zo te ervaren wat patiënten ervaren. Dit heeft veel stof doen opwaaien. Mensen vonden het ongelofelijk wat voor een impact dat heeft. De medewerkers vertellen hun ervaringen op de DVD. Deze zal beschikbaar zijn voor alle opleidingen, collega’s en anderen die daarin geïnteresseerd zijn.
Ten slotte willen we onderzoek doen naar vrijheidsbeperking in de thuiszorg. We weten dat vrijheidsbeperking wordt toegepast, maar we weten niet wat er precies gebeurt en hoe vaak het voorkomt. Daar moet je toch naartoe wil je dingen verbeteren. Daarna kun je pas interventies ontwikkelen om verbeteringen te bewerkstelligen.
Een nieuwtje is dat wij een grootschalig project gaan beginnen naar de effecten van kleinschaligheid in de zorg voor ouderen met dementie. Er worden steeds meer woonvormen ontwikkeld. Wij zullen in eerste plaats een inventarisatie doen van wat er allemaal beschikbaar is en wij gaan dan ook op zoek naar de effecten daarvan. De effecten van die woonvorm op de bewoners zelf, op hun familie en op de medewerkers.
Onlangs zei u in een interview dat ouderenzorg beter verdient. Wat bedoelt u daarmee?
Daarmee bedoel ik dat veel meer onderzoek moet plaatsvinden naar de effectiviteit van veranderingen en interventies die bedacht worden in de ouderenzorg. En daarvan zeg ik dat dat veel te weinig gebeurt. Daar wordt ook veel te weinig geld voor beschikbaar gesteld. Dat heb ik in mijn oratie verduidelijkt. Er moet veel meer onderzoek in de zorg plaatsvinden om vervolgens de zorg te verbeteren.
Meer informatie
Recente publicaties over de onderzoeken zijn te vinden via:
- De onderzoekswebsite van de Universiteit Maastricht
- Onderzoeksrapporten op de website van de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid Limburg
Jan Hamers is bereikbaar voor vragen via jph.hamers@zw.unimaas.nl en 043-3881570.