Implementatie kwaliteitscriteria dwang en drang in de psychiatrie (GGNet)
Twaalf instellingen deden in 2002 mee aan een landelijk project om de praktijk van dwang en drang te verbeteren. De achterliggende gedachte was dat het toepassen van kwaliteitscriteria niet automatisch zou gaan, omdat dwangtoepassing structureel onderdeel uitmaakt van de dagelijkse praktijk. Het gebruik van dwang en drang is het resultaat van verankerde culturen, gevestigde gewoontes en (soms) gebrekkige kennis van professionals.
Er zijn groepsbijeenkomsten met cliënten georganiseerd, waarbij er steeds een vaste kern van cliënten aanwezig was (cliënten van GGZ NHN, De Grote Rivieren, Dijk en Duin, De Meren, Parnassia en GGZ WNB). Er blijkt veel variatie te zijn in de wijze waarop instellingen vorm geven aan cliëntenparticipatie.
Doel
Iedere instelling had de vrijheid om de kwaliteitscriteria te vertalen naar de specifieke karakteristieken van de eigen instelling. De gemeenschappelijke doelstellingen van het project waren als volgt geformuleerd:
1. Waarborgen van zorgvuldigheid bij het toepassen van dwang en drang.
2. Vergroten van de leefbaarheid van dwangtoepassing voor cliënten, hulpverleners en andere betrokken.
3. Ontwikkelen van alternatieven.
4. Terugdringen van dwang en drang.
Het voorkómen of terugbrengen van het aantal geweldsincidenten heeft tot gevolg dat er minder inhumane dwangbehandelingen (met name langdurende separaties) toegepast hoeven te worden. Het project komt ten goede aan de zorg voor psychiatrische cliënten in de gesloten afdelingen van de GGZ. Door passende alternatieven voor separatie te geven wordt eenzame opsluiting (en de daarmee samenhangende traumatische ervaring) zo veel mogelijk voorkomen. Er is meer oog voor de behandeling, het welzijn en de veiligheid van de cliënt.
De kwaliteitscriteria hebben een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van ‘goede praktijken’ op het terrein van dwang en drang. Het taboe rond dwangtoepassing is doorbroken. In dat opzicht functioneerde dit project als een ‘communicatieve impuls’.
Feiten en cijfers
Het project is in april 2002 van start gegaan voor de duur van twee jaar. Bij de start van het project waren twaalf psychiatrische zorginstellingen betrokken. De landelijke coördinatie kreeg beslag in de vorm van een stuurgroep, projectgroep en een projectcoördinator. De participerende instellingen hebben het grootste deel van het landelijke project gefinancierd. Het NFGV (nu Fonds Psychische gezondheid) heeft de kosten van de landelijke coördinatie betaald.