“Meer aandacht nodig voor lichamelijke gesteldheid van geesteszieke cliënten”
Carolien Smits is de tweede projectleider die aan het woord komt in een serie interviews over verbetertrajecten voor de langdurende ggz. Zij is verantwoordelijk voor het verbetertraject ‘Geest en lichaam’ over psychische en somatische problematiek.
Schokkende voorbeelden
Voor Carolien Smits, senior wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos Instituut, is het de eerste keer dat ze een verbetertraject gaat leiden. Ze haalt haar motivatie uit een paar schokkende voorbeelden die haar in de aanloopperiode ter ore kwamen. Zo vertelt ze over een jonge schizofrene cliënt waarbij diabetes pas aan het licht kwam nadat deze persoon in elkaar zakte.
Extra tijd, aandacht en expertise
Smits realiseert zich dat dit onderwerp extra inzet vraagt van de instellingen: “Cliënten voelen zich niet serieus genomen als ze lichamelijke klachten naar voren brengen. Tegelijkertijd zijn er cliënten die hun lichamelijke problemen zelf niet herkennen. Dat maakt de signalering door hulpverleners extra moeilijk. Zeker bij degenen die toch al beperkt geschoold zijn in somatische zorg. Het onderwerp vraagt daarom extra tijd, aandacht en expertise.” Toch heeft ze vertrouwen in de sector. “Ik merk dat er steeds meer mensen zijn die zich met dit onderwerp bezighouden.”
Toenemende belangstelling
“De aandacht is de afgelopen jaren gegroeid door controles van de Inspectie voor de Gezondheidszorg”, vertelt Smits. In de praktijk werden veel fysieke problemen gemist, zo bleek uit de rapporten van de Inspectie. “Dit heeft de ggz-instellingen wakker geschud. Er is inmiddels veel meer aandacht voor de lichamelijke gesteldheid van cliënten, ook bij individuele ggz-professionals. Zij merken wel dat deze aandacht voor somatische co-morbiditeit gerichter en beter gestructureerd moet worden.”
Regelmatig meten helpt
Net als bij de andere verbetertrajecten beginnen de deelnemende instellingen met een nulmeting. “Bewustwording bij het personeel in de instellingen is essentieel. Een nulmeting maakt het uitgangspunt duidelijk”. Carolien Smits vertelt dat de instellingen gedurende het verbetertraject de meting om de paar maanden herhalen. “Dit regelmatig meten moet routine worden. Instellingen krijgen zo een beter inzicht in de problematiek en tegelijkertijd geeft meten een goed beeld van de voortgang. Dat stimuleert enorm.”
Aandacht is hard nodig
Bij de quickscan die voorafging aan de ggz-verbetertrajecten kwamen legio goede voorbeelden naar boven. Die kunnen instellingen helpen bij de omgang met somatische co-morbiditeit. De projectleider is er enthousiast over: “Vooral de goede voorbeelden, waarin de nadruk ligt op samenwerking met andere sectoren en die gericht is op monitoring en screening, zijn mooie voorbeelden waarop andere instellingen kunnen aanhaken.”
Multidisciplinair werken
Smits beaamt dat het voor dit onderwerp nodig is dat de instellingen steeds meer multidisciplinair gaan werken. “Je ziet nu dat instellingen de restanten van de voormalige medische centra nieuw leven inblazen. Ook zijn er vaak huisartsen en fysiotherapeuten actief binnen de instelling die actiever bij de zorg betrokken kunnen worden”, vertelt ze.
Aanmelden nog mogelijk
Inmiddels zijn er ongeveer zes aanmeldingen voor de eerste ronde die dit najaar van start gaat. In januari start al de tweede ronde. “Het is de bedoeling dat we elke ronde met acht tot tien instellingen starten”. Smits geeft aan dat dit verbetertraject ook geschikt is voor de gehandicaptenzorg en thuiszorg. “Dit heeft als voordeel dat instellingen uit verschillende sectoren van elkaar kunnen leren. We willen de hokjescultuur doorbreken”, aldus Smits.