“Verzorgende maakt verschil in het voorkomen van ondervoeding”
Op 12 oktober 2010 is het weer zover: de jaarlijkse Dag van de Verzorging. Ook dit jaar kunt u deelnemen aan diverse workshops over zorginhoudelijke onderwerpen. De komende tijd laten we een aantal workshopleiders aan het woord. Deze keer: Henry Mostert over het aanpakken van ondervoeding in de ouderenzorg.
“We zijn al op de goede weg: ondervoeding staat inmiddels bij veel instellingen hoog op de agenda”, zegt Mostert. Hij was namens Vilans, het kenniscentrum langdurende zorg, projectleider van de Verbetertrajecten Eten en Drinken, die Zorg voor Beter de afgelopen jaren heeft georganiseerd. “Veel verzorgenden weten dat ze op ondervoeding moeten letten en zijn zich bewust van het probleem. Maar bewustwording alleen is niet genoeg. De stap die ze nu moeten zetten is ermee aan de slag gaan. Juist verzorgenden kunnen het verschil maken, want zij staan het dichtst bij de bewoners.”
Lastig gesprek
Verzorgenden moeten daarom in gesprek gaan met hun cliënten. “We willen namelijk dat zij elke dag weer rekening houden met de individuele wensen van bewoners op het gebied van eten en drinken. Het probleem is dat verzorgenden vaak niet weten hoe ze het bij hun cliënten moeten aankaarten of hoe ze erachter kunnen komen wat de eet- en drinkwensen van hun cliënten zijn. Ze vinden het moeilijk om zo’n gesprek aan te gaan. Terwijl zij belangrijk zijn voor het signaleren en aanpakken van ondervoeding én het voorkomen daarvan.”
Nuttige toolkit
Om het gesprek tussen cliënten en medewerkers op gang te brengen, heeft Vilans voor Zorg voor Beter een toolkit Eten en Drinken ontwikkeld. “Tijdens de verbetertrajecten hebben we veel kennis opgedaan over hoe verzorgenden op een eenvoudige manier het gesprek kunnen aangaan met bewoners. Die kennis hebben we omgezet in een paar eenvoudige en praktische leermiddelen die samen de toolkit vormen.” Begin oktober moet deze toolkit, die bestaat uit verschillende kaartjes en een spel, af zijn. De kaartjes uit de toolkit kunnen worden gebruikt in een teamoverleg. Focuskaartjes richten zich bijvoorbeeld op een bepaald aspect van de maaltijd, zoals rituelen en gebruiken. “De opdracht is dan om na te denken over je eigen maaltijdrituelen, die na te vragen bij je cliënten en ze te bespreken in het team.”
‘Grootste eetzonde’
In de toolkit zit ook een spel, ‘Smaken verschillen’, dat medewerkers kunnen spelen met een groep bewoners. Spelers gooien met een dobbelsteen op een soort ganzenbord met gekleurde vakjes. Elke kleur staat voor een bepaalde speelkaart waarop een vraag of een opdracht staat. Deelnemers krijgen bijvoorbeeld een kenniskaart (‘Ondervoeding komt bij ongeveer een kwart van de verpleeghuisbewoners voor. Waar of niet waar’ ), een sfeerkaart (‘Neem een verjaardag van vroeger in uw hoofd. Wat werd er gegeten en gedronken?’), ontboezemingskaart (‘wat is uw grootste eetzonde’) of actiekaart (‘wat zou u doen als u merkt dat uw buurvrouw heel erg is afgevallen?’). Tijdens de workshop op de Dag van de Verzorging gaat Mostert het spel met de deelnemers spelen. “Ik hoop echt dat ze enthousiast de zaal verlaten en het spel ook met hun eigen cliënten willen spelen.”
Geen eilandjes
Mostert beseft dat er al veel op het bordje van verzorgenden ligt en dat het lastig kan zijn ook aandacht aan voeding te besteden. “Maar kleine gesprekjes kunnen al het verschil maken. Vraag als het bord vol blijft: ‘Mevrouw, ik zie nog veel eten op uw bord. Wat is de reden dat u uw maaltijd niet helemaal hebt opgegeten?’ Wellicht smaakt het eten niet of heeft de cliënt wel een zere mond.” Soms kan ondervoeding ook het gevolg zijn van onhandige eettijden. “Als er te weinig tijd zit tussen het ontbijt en de lunch hebben mensen nog geen trek en eten ze uiteindelijk te weinig. Dat kun je verzorgenden niet kwalijk nemen. Maar zij kunnen wel attent zijn: krijgen cliënten wel tussendoortjes op tijdstippen dat ze wel trek hebben? Kunnen we de familie stimuleren om lekkere dingen mee te nemen? Vaak denken medewerkers dat dit de taak van de diëtist is, maar die wordt pas ingeschakeld als de cliënt al ondervoed is.” Dat noemt Mostert een belangrijk leerpunt uit het verbetertraject: “Het gaat vaak fout als mensen op eilandjes werken. ‘Zij van de keuken, wij van de verzorging’. Maar iedereen in de organisatie kan bijdragen aan het tegengaan van ondervoeding. De verzorgende vervult hierin een hele belangrijke rol”
reactie toevoegen 2 reacties
zei op 28 juli 2010:
Heel goed dat er een toolkit komt op het gebied van eten & drinken. Wel mis ik daarin aandacht voor de kwaliteit van de maaltijd zelf. Of mensen iets lekker vinden wordt niet alleen bepaald door hun voorkeuren (waar je zeker met ze over in gesprek moet gaan), maar ook - en misschien wel vooral - door de kwaliteit van de ingrediënten en de bereiding. Gezien de huidige bereidingswijze die vooral het praktisch gemak moet dienen, zoals het regenereren van voorbewerkt voedsel of werken met kant en klare produkten, verwachten wij dat er op dit punt nog veel winst valt te behalen.
Daarnaast moeten we niet vergeten dat het bij eten niet alleen om ondervoeding gaat, maar ook om welbevinden. Bij mensen met dementie is het proeven van smakelijk eten te zien als een vorm van zintuiglijke prikkeling waarvan in een andere gedaante (onder de noemer van snoezelen) al is bewezen dat het aan hun welbevinden bijdraagt.
De missie van ons bedrijf WarmEten is daarom de verzorgenden te laten ontdekken hoezeer zij de bewoners met een lekkere maaltijd een plezier kunnen doen. Dat koken hen niet van de zorg voor bewoners hoeft af te houden, maar dat het juist bij uitstek een middel is om voor hun bewoners te zorgen. “Omdat zorg door de maag gaat!”
zei op 17 september 2010:
hoi, ik ga een presentatie geven over ondervoeding. Ik zou graag willen weten waar je die toolkit en het kaartenspel kan kopen, zodat ik die tijdens mij presentatie kan gebruiken. Ik moet midden december 2010 presenteren. Alvast bedankt voor het antwoord, groetjes cynthia