Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Eten en drinken
  4. Interviews
  5. “Stijgende lijn in het signaleren van ondervoeding”

“Stijgende lijn in het signaleren van ondervoeding”

5 juni 2007

Begin april namen ruim 500 zorginstellingen vrijwillig deel aan de LPZ. Dit jaar combineerde verpleeghuis De Poort van Zorggroep Amsterdam de meting van alle zorgproblemen met de pilotmeting indicatoren verantwoorde zorg. Diëtiste en projectleider Carla Scheijde: “Door de grote overlap was de combinatie van beide metingen heel goed te doen.”

Judith Meijers van LPZ is onderzoeker ondervoeding en begeleidt samen met het LPZ-team onder andere de coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de LPZ-meting binnen de zorginstellingen. Meijers: “In 1998 zijn ongeveer 86 instellingen gestart met het meten van decubitus. In 2004 is er binnen de instellingen voor het eerst een breder beeld gemeten waarbij naast decubitus ook zorgproblemen zoals incontinentie, ondervoeding en smetplekken zijn meegenomen. En dit jaar is voor het eerst ook vallen en fixatie gemeten.”

Vragenlijst en internetprogramma

De deelnemende instellingen bepalen zelf welke zorgproblemen ze meten. Ze doen dit aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten. Er zijn vragenlijsten met vragen over de organisatie van de zorgverlening op instellingsniveau en afdelingsniveau. Vervolgens verzamelt men de gegevens van elke cliënt en wordt geregistreerd hoe het met hen gaat en welke zorg zij krijgen. Vervolgens voeren coördinatoren bij de instellingen de antwoorden in via een internetprogramma. Meijers vertelt: “LPZ maakt vervolgens een rapport per instelling, een rapport van alle landelijke cijfers waardoor instellingen kunnen benchmarken en maakt een rapport waar een analyse van de belangrijkste resultaten wordt gedaan.”

Verpleeg- en verzorgingshuizen meten steeds meer

Jaarlijks zijn er meer instellingen die zich aanmelden voor de meting. “Er zit vooral een grote toename in het aantal verpleeg- en verzorgingshuizen”, vertelt Meijers. “Zij zien duidelijk de voordelen van de meting. Ze krijgen veel meer inzicht in hun manier van behandelen, het nut van preventie, beleid en krijgen een beter idee of ze vooruitgang boeken door aanpassingen te doen.”

Combinatie meting indicatoren

Carla Scheijde die samen met een collega de LPZ-meting coördineerde, vertelt dat verpleeghuis De Poort de LPZ-meting dit jaar voor het eerst de meting op meer zorgproblemen tegelijk deed en deze ook nog eens combineerde met de pilotmeting indicatoren verantwoorde zorg. De pilot-meting indicatoren verantwoorde zorg van de IGZ (Inspectie voor de Gezondheidszorg) is als aparte module aan de LPZ-meting toegevoegd.

Goed voorbereiden

Uit de meting vorig jaar bleek direct al dat niet alle afdelingen even zorgvuldig registreerden. Scheijde: “Hierdoor leek het alsof cliënten op sommige afdeling echt veel te weinig vocht toegediend kregen. Maar dit kwam alleen omdat ze de vragen verkeerd invulden. Juist door daarop te focussen is het dit jaar is het veel nauwkeuriger gebeurd. Een direct voordeel dus.’’ Scheijde benadrukt daarom het belang van een goede voorbereiding. “Dit jaar duurde de meting twee dagen. Dat is een dag langer dan het protocol voorschrijft. Eigenlijk moet de hele meting in een dag gebeuren.”

Werkgroep met aandachtsvelders

In verpleeghuis De Poort was een speciale werkgroep actief om alles in goede banen te leiden. “Het is belangrijk dat hierin verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn. Ook het werken met aandachtsvelders heeft voordelen”, vertelt ze. Aandachtsvelders zijn verpleegkundigen of verzorgenden met de zorgproblemen van de LPZ als speciaal aandachtsgebied. Wens van Scheijde is dat volgend jaar ook een arts plaatsneemt in de werkgroep.

Voorzichtig interpreteren

Judith Meijers benadrukt dat de meetresultaten niet op zichzelf staan en genuanceerd geïnterpreteerd moeten worden. Er zijn daarom workshops die instellingen helpen bij het interpreteren van de LPZ-gegevens. Meijers legt uit: “Alle uitkomsten moeten bekeken worden in de context waarin is gemeten. Het gaat om de omstandigheden, leeftijd van de cliënten, maar ook de soort aandoening is erg bepalend. Ook is het belangrijk naar de cijfers op langere termijn te kijken.”

Vergelijkbaar meten

Vilansprojectleider Henry Mostert vindt het voor de interpretatie erg belangrijk dat er op de juiste manier gemeten is. “Zeker als je de gegevens wilt vergelijken met het vorige jaar moeten de meetomstandigheden én de cliënten écht vergelijkbaar zijn. Zo is het prevalentiecijfer ondervoeding (dit is het aantal mensen dat valt binnen het criterium ondervoeding op het meetmoment) een belangrijke indicatie voor hoe het gaat op een afdeling. Maar dit cijfer is eigenlijk niet interessant als je het niet combineert met andere LPZ-gegevens zoals: wat is de leeftijdsopbouw, hoe is ons beleid, wordt er gescreend, wordt er regelmatig gewogen, welke maatregelen treffen we bij ondervoede cliënten, krijgen mensen in de gevarenzone extra aandacht en tussendoortjes als zij dit wensen?”

Hoog ondervoedingscijfer zegt niet alles

Mostert vertelt dat het natuurlijk het ook veel uitmaakt hoe de cliënten op de afdeling binnenkomen. “Ongeveer de helft van de verpleeghuisbewoners is al ondervoed bij opname. Natuurlijk is goede zorg dan nodig om hun voedingssituatie te verbeteren. Maar meestal is het niet mogelijk hen op korte termijn niet meer te laten vallen binnen de ondervoedingscriteria.

Positieve resultaten

Carla Scheijde is erg positief over de resultaten van dit jaar: “Als het gaat om het signaleren en terugdringen van ondervoeding is er duidelijk sprake van een stijgende lijn. Door de grotere focus op eten en drinken, maar ook door elke drie maanden te wegen, hebben we veel eerder de vinger aan de pols als het niet goed gaat met een bewoner. Er wordt hierdoor veel sneller ingegrepen. Dit heeft nu aantoonbaar positieve gevolgen.” Scheijde weet nog niet waarop De Poort volgend jaar de nadruk gaat leggen. “We gaan de resultaten van de LPZ-meting eerst bespreken met het management. Zij beslissen vervolgens op welke zorgproblemen we ons volgend jaar richten.” Scheijde hoopt dat De Poort volgend jaar weer deelneemt aan de LPZ-meting. “De goede score van dit jaar willen we op z’n minst continueren en misschien zelfs verbeteren.”

Meer informatie

Carla Scheijde