“Met ‘Hap en Hup’ stimuleren we eten én bewegen”
Alleen aandacht besteden aan goede voeding was niet voor alle deelnemers aan het Verbetertraject Eten en Drinken voldoende. Het verbeterteam van de locatie Het Bouwhuis van de Twentse Zorgcentra richtte zich ook op voldoende beweging. ‘Hap en Hup’ was het resultaat.
De vierde ronde van dit verbetertraject, waaraan elf instellingen uit de gehandicaptensector deelnamen, is in juni afgerond. “Wij hadden meerdere doelstellingen en die zijn allemaal gehaald”, vertelt Monique Zwiep, clustermanager binnen de Twentse Zorgcentra en projectleider tijdens het traject. “We wilden zorgen dat 70 procent van de bewoners van de pilotgroepen twee stuks fruit en twee ons groente zou eten en 95 procent anderhalve liter vocht zou drinken. En daarnaast moest 70 procent van de cliënten vijftien minuten per dag gaan bewegen.”
Onderdeel van het dagelijks leven
Er was geen directe aanleiding, zoals veel onder- of overgewicht in de instelling, om deel te nemen aan het verbetertraject. “Gezond eten en drinken en genoeg bewegen kan altijd beter. We wilden ervoor zorgen dat het voor onze cliënten vanzelfsprekend is en onderdeel uitmaakt van het dagelijks leven”, legt Zwiep uit. “In de samenleving worden we ook constant gewezen op het belang van goede voeding en voldoende beweging. Dat bewustzijn willen we ook bij onze cliënten én bij de medewerkers creëren.”
‘Lekkere hapjes’-boek
Om gezond eten en genoeg drinken te stimuleren, heeft de Twentse Zorgcentra verschillende maatregelen getroffen. “Met behulp van diëtisten hebben we een ‘hapjes’-boek opgesteld, met allemaal verantwoorde, maar lekkere hapjes. Ook probeerden we de aankleding van het eten te verbeteren, we stimuleerden dat de cliënten zelf gingen eten en we probeerden de tijd te nemen voor de maaltijd. Op die manier werd het steeds vanzelfsprekender voor hen dat ze goed moesten eten en voldoende drinken.” Ook de medewerkers werden gestimuleerd om er aandacht aan te besteden: op de pilotafdelingen lagen mappen die ze konden inkijken met tips om het eten en drinken van hun cliënten te verbeteren.
‘Moving Matters’
Om het bewegen te stimuleren kon Zwiep gebruik maken van de ervaring die er al was binnen de Twentse Zorgcentra: een diëtiste was al begonnen met het aanzetten tot bewegen. Zij heeft het project ‘Moving Matters’ opgezet: dvd’s met dansende cliënten op kindermuziek stimuleren de bewoners om vijftien minuten per dag te bewegen en te dansen.
Televisieopnames
“Die dvd hebben we gebruikt voor ons project ‘Hap en Hup’. Bewegen hoort, naast gezonde voeding, immers ook bij een gezond gewicht. Door de dvd komen onze cliënten op een leuke manier aan hun dagelijkse portie beweging.” Op de twee pilotgroepen wordt nu elke dag een moment gereserveerd om met iedereen die dat wil te bewegen. Tijdens een van die beweegmomenten zijn ook televisieopnames gemaakt voor het interne kanaal: elke dag kunnen bewoners nu de herhaling zien, zodat ze ook steeds meer vertrouwd raken met het bewegen.
Progressie op alle fronten
De twee pilotgroepen die werden geselecteerd voor het verbetertraject bestaan samen uit ongeveer twintig bewoners. “Eerst hebben we in deze groepen een nulmeting verricht: we hebben bijvoorbeeld gemeten hoeveel fruit en groente iedereen al at, wat mensen dronken, hoeveel ze bewogen, wat ze wogen. Alles rond eten, drinken en bewegen kwam aan bod”, aldus Zwiep. “Na een jaar, aan het eind van het traject, deden we weer een meting. Toen bleek dat we op alle fronten duidelijk progressie hebben geboekt.”
Resultaten verder verspreiden
De meting geeft dus aan dat de maatregelen rond voedsel en bewegen resultaat hebben opgeleverd. Meer mensen eten gezond, drinken genoeg en bewegen voldoende. “De uitkomst is zeker positief, dus we gaan ermee door. We brengen nu een verbeteradvies uit aan het managementteam van de Twentse Zorgcentra om hen te overtuigen van het belang van het programma ‘Hap en Hup’. Wij adviseren om onze ervaringen organisatiebreed te gebruiken. Dat is ook het mooie van het verbetertraject: je ziet snel effect en kunt de resultaten ook verder verspreiden in de organisatie.”