Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Decubitus
  4. Goede voorbeelden
  5. Implementatie decubituspreventieprotocol Defloor

Implementatie decubituspreventieprotocol Defloor

4 maart 2005

Disciplinegroep verplegingswetenschap van het UMC Utrecht heeft in samenwerking met vier verpleeghuizen op basis van de Belgische evidence based richtlijnen een praktisch decubitusprotocol geschreven.

Het protocol gaat uit van dagelijkse observaties ter hoogte van de drukpunten en het nemen van preventieve maatregelen alleen bij niet wegdrukbare roodheid en decubitusletsel. De preventieve maatregelen bestaan uit drukreductie en alternering.

Doel

Het betreft een zeer praktisch protocol dat goed leesbaar is en op maat gemaakt kan worden voor verschillende verpleeghuizen. Het protocol is geïmplementeerd in 4 verpleeghuizen middels het project “Implementatie van een research based protocol, een studie in verpleeghuizen” door L. Schoonhover et al. Het project bestond uit drie fasen: voormeting, implementatie en nameting. Tijdens de voormeting zijn coördinatoren en verzorgenden geschoold in het herkennen en registreren van decubitus, er is een zelfstudie van deze scholing op cd-rom ter beschikking gesteld, er zijn posters verspreid over het herkennen van decubitus en het reeds circulerende anti-decubitus materiaal is beoordeeld op de bruikbaarheid voor reductie druk- en schuifkrachten of voor drukalternering. In de implementatiefase is het protocol op maat gemaakt voor de verpleeghuizen, de medewerkers zijn geschoold in de basisprincipes van de decubituspreventie en het nieuwe protocol, het protocol is verspreid en er is nieuw decubitusmateriaal besteld. Bij de nameting is decubitus geregistreerd volgens het protocol, er is een houdingstoets en kennistoets afgenomen en er zijn prevalentiemetingen gehouden.

Feiten en cijfers

Het protocol is dusdanig ingevoerd dat het heeft geleid tot een daling van de decubitusprevalentie. Ook is er een computerprogramma voor follow-up aangeboden. Direct na de implementatie van het protocol is de prevalentie van decubitus graad 1 t/m 4 over alle vier de verpleeghuizen significant gedaald van 24,5% tot 17,3%, drie maanden na de invoering bleef de prevalentie rond de 17%. De prevalentie van graad 2 t/m 4 daalde significant van 16% tot 12,5% direct na implementatie en tot 11,9% na drie maanden.
Na invoering van het protocol bleek dat er geen significante verbeteringen zichtbaar waren in het nemen van drukreducerende maatregelen bij liggen, maar wel een daling in het aantal keren dat er (o.a. schadelijke) maatregelen werden genomen. Na drie maanden werden er bij zitten significant meer maatregelen genomen en het aantal personen waarbij schadelijke maatregelen werden genomen is gehalveerd. Er is 1,5 uur scholing geven in fase 1 en 1,5 uur scholing in fase 2. Er bleken veel foutieve middelen te zijn gekocht door de instellingen, dit veranderde door de introductie van het protocol met de bijbehorende scholing en de invloed op het aankoopbeleid. De decubitusprevalentie daalde significant.

Gevolgen

De gevolgen van dit project zijn mede dankzij de onderzoeksopzet zeer goed geregisteerd. Er zijn prevalentiemetingen gehouden voor implementatie, direct na implementatie en drie maanden na implementatie. Volgens het protocol moeten decubitus en preventieve maatregelen dagelijks worden geregistreerd door de verzorgenden. Tijdens het onderzoek zijn er na fase twee prevalentiemetingen uitgevoerd met een week tussenpoos. Ook is er een kennis- en houdingstoets uitgevoerd. De aangeboden scholing bleek onvoldoende om voldoende kennis een positieve houding ten opzichte van decubitus teweeg te brengen.

Contact en informatie

Het protocol is vrij beschikbaar. In het rapport “Implementatie van een research based protocol, een studie in verpleeghuizen” staan de resultaten en aanbevelingen duidelijk beschreven.