Meten vermindert risico op doorliggen
Onnodig veel patiënten in Nederlandse zorginstellingen lijden aan decubitus, incontinentie, ondervoeding en huidonstekingen. Dat is de ontluisterende conclusie van de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) 2006. De eerste resultaten van het verbetertraject Decubitus zijn echter positief. Het meten van decubitus blijkt de cruciale factor voor het direct verminderen van het risico op doorliggen.
“Het niveau van de basiszorg is onvoldoende”, zegt projectleider Ruud Halfens van de Universiteit van Maastricht bij de presentatie van de resultaten van de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen 2006. “Eén op de vier patiënten in Nederlandse zorginstellingen lijdt aan incontinentie en ondervoeding. Behalve bij decubitus, is er nauwelijks verbetering gemeten ten opzichte van voorgaande jaren.” Uit de LPZ blijkt dat ondanks de daling van het aantal patiënten met decubitus, gemiddeld een op de zes patiënten er nog mee te maken krijgt.
Aantal patiënten met decubitus daalt
In veel verpleeg- en verzorgingshuizen zijn al activiteiten gestart om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Zo is deze maand de eerste ronde van het verbetertraject Decubitus afgerond. Vijftien teams uit zeven zorginstellingen rapporteerden positieve resultaten. Het meten van decubitus is hierbij een cruciale factor.
Dalende incidentie en grotere bewustwording
Medewerkers herkennen en signaleren decubitus eerder. Ook is er door het meten meer aandacht voor de cliënt. Deelname aan het verbetertraject Decubitus leidde tot een daling van de incidentie van decubitus, een grotere bewustwording en een betere samenwerking binnen de instelling. De helft van de teams bracht gedurende één jaar de incidentie van decubitus met vijftig procent of meer terug. Nadere details van de resultaten van dit verbetertraject worden bekend gemaakt op de Zorg voor Beter Dag 2006 op 30 november aanstaande.