Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Decubitus
  4. Interviews
  5. “Meer decubitus in Nederland dan in Duitsland”

“Meer decubitus in Nederland dan in Duitsland”

16 februari 2006

Ruud Halfens is Associate professor aan de Universiteit Maastricht. Hi heeft onderzoek gedaan naar het voorkomen van decubitus in Nederland en Duitsland.

Wat was de aanleiding voor uw onderzoek?

Decubitus komt in Nederland veel meer voor dan in Duitsland. Beide landen meten decubitus op dezelfde manier. Mijn Duitse collega’s Prof. Dr. Th. Dassen en Drs. A. Tannen en ik waren nieuwsgierig hoe die grote verschillen te verklaren zijn. Zijn de mensen in Duitse verpleeghuizen minder ziek dan in Nederlandse verpleeghuizen? Maar uit ons onderzoek blijkt dat als je corrigeert voor enkele kenmerken van de patiënten, je nog steeds een groot verschil tussen Nederland en Duitsland ziet.

Heeft uw onderzoek een verklaring opgeleverd voor de slechte score van Nederland ten opzichte van Duitsland?

We hebben gezien dat er ook grote verschillen bestaan in de interventies die gepleegd worden in Nederland en Duitsland. Als het gaat om het verstrekken van anti decubitus matrassen, dan scoort Nederland zeer goed. Bijna alle patiënten hebben zo’n matras, terwijl in Duitsland ongeveer de helft zo’n matras heeft. Maar, als er echt moet worden gehandeld, dan doen de Duitse verpleeghuizen het weer veel beter. Het toepassen van de wisselligging gebeurt in Nederland bij 22% van de patiënten en in Duitsland bij 48%. Interventie bij ondervoeding gebeurt in Nederland bij 20% van de patiënten en in Duitsland bij 68%. In Duitsland wordt aan 33% van de patiënten voorlichting gegeven over de dingen die ze zelf kunnen doen. In Nederland blijven we steken op 9 %. Bij al deze interventies geldt in Duitsland dat het handelen toeneemt naarmate iemand een hoger risico heeft. Het resultaat is dat er in Nederland vijf keer meer decubitus voorkomt in de verpleeghuizen dan in Duitsland.

Waarom wordt er in de Duitse verpleeghuizen effectiever opgetreden tegen decubitus?

Decubitus staat in Nederland onvoldoende op de agenda. Waarom dat zo is weet ik niet precies, maar ik heb wel een idee dat ik nog nader aan het onderzoeken ben. In Nederland is er geen lijnfunctionaris meer die inhoudelijk verantwoordelijk is voor de zorg. Wij hebben de verpleegkundig directeur afgeschaft. In Duitsland hebben ze deze nog wel, evenals de hoofdzuster. Deze lijnfunctionarissen kunnen mensen goed inhoudelijk aansturen en wijzen op hun verantwoordelijkheden. Bij ons liggen die verantwoordelijkheden bij de individuele verpleegkundigen en verzorgenden. Probleem is dat daardoor er geen controlemogelijkheden meer zijn. Bovendien blijkt dat verpleegkundigen en verzorgenden vaak niet echt goed op de hoogte zijn van de actuele richtlijnen. Een accreditatiesysteem, zoals artsen dit bijvoorbeeld kennen, is nog niet ontwikkeld binnen de verpleging en verzorging, terwijl dit hard nodig is wil men instrumenten in handen hebben om mensen te verplichten op de hoogte te zijn van actuele richtlijnen.

Hoe scoort Nederland ten opzichte van andere landen?

Cijfers uit andere landen geven een opmerkelijk beeld. In de zuidelijke landen van Europa is er sprake van een lage prevalentie van 10%. In de noordelijke landen is er sprake van een prevalentie van 20%. Ik wil dat verder onderzoeken. Hoe worden richtlijnen in de praktijk geïmplementeerd? Hoe doen we dat in Nederland en hoe doen andere Europese landen dat? Ik wil daarbij breder kijken dan alleen naar decubitus, maar ik wil in dat onderzoek decubitus wel exemplarisch gebruiken.