Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Decubitus
  4. Interviews
  5. “We gaan decubitusbeleid uitrollen. De vraag is hoe.”

“We gaan decubitusbeleid uitrollen. De vraag is hoe.”

25 juli 2008

Het verbeterteam van zorgcentrum Ten Anker in Tholen, dat heeft deelgenomen aan het Verbetertraject Decubitus, houdt de resultaten niet voor zichzelf. Na de uitrol van het nieuwe protocol over de afdelingen zijn nu alle locaties van de Stichting voor Regionale Zorgverlening (SVRZ) in Zeeland, waartoe Ten Anker behoort, aan de beurt.

Voordat Ten Anker in oktober 2006 begon met het Verbetertraject Decubitus, kende de instelling geen structureel decubitusbeleid. “Er was wel een Commissie A.D. (antidecubitus), maar die kwam niet echt uit de verf”, legt Maroula Imkamp, medewerker Kwaliteit en Ondersteuning van de SVRZ-locatie in Tholen, uit. “Op de pilotafdeling bleken maar drie tot vier cliënten op de dertig decubitus te hebben. Onbewust deden we het dus redelijk goed, maar er zat geen systeem achter. Probleemgevallen werden wel gerapporteerd maar niet geregistreerd, de inzet van antidecubitusmaterialen was rommelig en de informatievoorziening naar cliënten en zorgmedewerkers toe was niet altijd volledig.”

Verbeterpunten

Genoeg verbeterpunten dus om mee te doen aan het Verbetertraject Decubitus. Imkamp nam plaats in het verbeterteam, samen met het hoofd zorg, de verpleeghuisarts en het hoofd van de pilotafdeling, in dit geval de psychogeriatrische afdeling. “Samen met de Commissie A.D. ontwikkelden we een structuur. We bepaalden wie welke verantwoordelijkheid droeg. Ook zorgden we dat verzorgers iedere maand gingen controleren op decubitus en de uitslagen bijhielden op een risicoscorelijst. We maakten een protocol en zorgden dat iedereen op de afdeling zich eraan hield.”

Uitrol naar andere afdelingen

De gekozen aanpak werkte zo goed, dat ook andere afdelingen binnen Ten Anker daarvan moesten profiteren. In mei introduceerde het verbeterteam het beleid en het protocol ook op de andere afdelingen van Ten Anker. “Het voordeel was dat in de Commissie A.D. mensen zaten van alle afdelingen. Zij hebben vanaf het begin de hele achterban geïnformeerd over onze vorderingen.” Dat informeren nam tijdens het hele traject een belangrijke plaats in. “We hebben in nieuwsbrieven, op intranet en in ons locatieblad aandacht besteed aan decubitus. Iedereen wist dus waar we mee bezig waren.”

Positieve reacties

De medewerkers van de andere afdelingen reageerden dan ook ‘verrassend positief’ op de introductie van het decubitusbeleid. “Wij waren bang dat ze zouden protesteren tegen het extra werk, maar dat valt erg mee. Wij stimuleren ook om de controle op decubitus in te passen in de dagelijkse werkzaamheden, zoals wassen en aankleden”, aldus Imkamp. “Zorgmedewerkers vinden het prettig om de verantwoordelijkheid te dragen die past bij hun deskundigheid. Ze letten zelfs zo goed op, dat we er een onverwachte kostenpost bij hebben gekregen”, aldus Imkamp: “We hebben een enorme stijging van de vraag naar antidecubitusmatrassen.”

Uitrol naar andere locaties

De uitrol naar de afdelingen verloopt dus vlot, maar die naar andere locaties van de SVRZ blijkt een ander verhaal. Het management van de stichting is ervan overtuigd dat er een gezamenlijk decubitusbeleid moet komen. “Het is tenslotte zonde als iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden”, zegt Imkamp. Toch is die uitrol niet zo gemakkelijk. “Ten eerste is het lastig dat de andere locaties op andere Zeeuwse eilanden liggen. Er is een fysieke afstand en de cultuur op andere locaties is weer anders”, legt Imkamp uit. “Daarnaast heeft iedereen al een eigen Commissie A.D. met een eigen manier van werken, net als de artsen op de verschillende locaties. Mensen vinden het niet altijd makkelijk zich iets eigen te maken dat ze niet zelf hebben bedacht. En daarbij heeft iedereen al veel werk te doen.”

Eerste stappen

De eerste stappen voor de uitrol zijn inmiddels wel gezet. “Tijdens het maandelijks overleg met alle kwaliteitsmedewerkers heb ik een presentatie gehouden die goed ontvangen is. Iedereen wil wel, maar het probleem zit in de manier waarop je het organiseert”, legt Imkamp uit. “Wij gaan andere locaties in ieder geval niet vertellen dat ze ons protocol moeten gebruiken. Maar we willen ze wel graag verleiden om ervoor te kiezen. Misschien is het oprichten van een locatieoverstijgende werkgroep of stichtingsbrede Commissie A.D. hierbij een oplossing. We kunnen intranet gebruiken voor het delen van informatie en misschien kunnen we een jaarlijkse innovatiedag organiseren. In september moet duidelijk zijn hoe we het gaan aanpakken.”

Voorwaarden voor succesvolle uitrol

Volgens Imkamp zijn drie aspecten van groot belang voor een succesvolle uitrol, zowel over afdelingen als over locaties. “Informeer medewerkers vanaf het vroegste begin. Probeer ze erbij te betrekken, school ze en neem ze mee. In de tweede plaats is het belangrijk dat je de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk legt bij de uitvoerende verzorgers. Zij moeten het tenslotte doen. En tot slot is de betrokkenheid van het management cruciaal. Niet alleen omdat zij voor tijd en geld moeten zorgen. Juist zij kunnen mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Iedereen moet meedoen, geen zin is geen reden. Alleen als iedereen de afspraken nakomt, wordt een uitrol succesvol.”