Meten en weten
Meten is weten, ook in de decubituszorg. Voordat de zorg verbeterd kan worden, moet het probleem in kaart gebracht zijn. Zorgverleners moeten dan wel weten hoe decubitus eruit ziet voordat ze kunnen signaleren en meten. Ook is het belangrijk om te weten hoe vaak en bij wie komt het voorkomt, zowel individueel als op afdeling- en organisatieniveau. En hoe verhouden de cijfers binnen de eigen organisatie zich tot de landelijke cijfers? Met die informatie kunnen zorgverleners en managers decubitus adequaat voorkomen en behandelen en de gehele decubituszorg verbeteren.
Meten is leren
Door goed en regelmatig te meten, leren zorgverleners beter naar hun cliënten te kijken. Daarom is het belangrijk dat zij weten wat decubitus is en welke graden er zijn. Zij kunnen cliënten dan beter informeren over wat zij zelf kunnen doen om doorliggen te voorkomen of te verminderen. Zorgverleners krijgen door regelmatig te meten meer aandacht voor decubitus en ze zien waar er problemen op hun afdeling zijn.
Meten is weten
Het meten van de incidentie en prevalentie geven een beter zicht op het vóórkomen van decubitus binnen afdelingen of organisaties. Meetresultaten geven leidinggevenden en managers ook zicht op de sterke en zwakke plekken binnen de (logistieke) organisatie van de decubituszorg. Ze komen te weten of ze al dan niet voldoen aan de normen voor verantwoorde zorg. Daarmee hebben ze handvatten om hun medewerkers aan te sturen en te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Door goed te meten en meer te weten over decubituszorg kunnen alle betrokkenen dus gerichter verbeteringen doorvoeren.
Prevalentie en incidentie
Er zijn verschillende manieren om inzicht te krijgen in het aantal mensen met decubitus op een afdeling of in een instelling. Om eenmalig te weten hoe vaak decubitus voorkomt, wordt de prevalentie gemeten. Dit kan met een bepaalde frequentie (bijvoorbeeld maandelijks) worden gedaan. Voor het verkrijgen van inzicht in hoe vaak decubitus ontstaat over een langdurende periode, wordt de incidentie gemeten. Daarvoor kan het Cliëntregistratieformulier Decubitus (met toelichting, zie Kennisbank) worden gebruikt. In het Zorg voor Beter Verbetertraject Decubitus is veel ervaring opgedaan met incidentiemetingen. Daaruit blijkt dat veel zorgverleners niet over de vereiste (basis)kennis over decubituszorg beschikken. Op basis van die bevindingen zijn enkele instrumenten ontwikkeld om die (basis)kennis te inventariseren of te vergroten.
Cliëntregistratieformulier decubitus
In dit meetinstrument van het LEVV wordt een aantal indicatoren gemeten, zoals bij hoeveel cliënten decubitus voorkomt, op welke plaats(en) en in welke graad, hoe het risico op decubitus is vastgesteld en welke preventieve maatregelen zijn ingezet. Dit meetinstrument gebruikt de indicatoren die op Europees niveau zijn vastgesteld door de EPUAP.