Slot Verbetertraject Continentie: cliënt beleeft continentiezorg veel beter
Ruim een jaar lang hebben dertien verbeterteams van zorgorganisaties zich beziggehouden met het verbeteren van de continentiezorg in de praktijk. Dat is lastig want continentiezorg gaat niet alleen gepaard met zware fysieke belasting en een flinke tijdsbesteding voor de verzorgende, maar ook met schaamte, onzekerheid en depressieve gevoelens bij de cliënt.
Tijdens de slotconferentie van het Zorg voor Beter Verbetertraject Continentie benadrukt Vilans projectleider Roelf van der Veen dat er na een jaar hard werken een aantal mooie resultaten zijn geboekt: “En nu de verbeteringen die zijn gemaakt, vasthouden en verspreiden!” Hij geeft toe: “In het begin had ik er een hard hoofd in dat we iets konden verbeteren. De meeste zorgverleners in Nederland accepteren incontinentie als iets dat er gewoon bij hoort. Het was een uitdaging om te kijken hoe we deze routine konden doorbreken.” Van der Veen: ‘’Als ik na een jaar lang verbeteren de balans opmaak, zien we wel degelijk goede resultaten!’’.
Betere diagnose, beter incontinetiemateriaal
Hanneke Knibbe (LocoMotion) gaf tijdens de slotconferentie een presentatie over de uitkomsten van registraties die de verbeterteams intra- en extramuraal hebben uitgevoerd. In totaal zijn ruim 200 cliënten gescreend. Knibbe: ‘’De verbeterteams mogen trots zijn! Niet alleen is het stellen van een goede diagnose incontinentie bijna verdubbeld (van 30% naar 56%). Ook houden de afdelingen nu massaal het drie dagen incontinentiedagboekje bij. Deze verbeteringen zijn dé basis voor goede incontinentiezorg. Verder is te zien dat het aantal minuten per ‘toiletepisode’ naar beneden is gegaan van 11,7 minuten naar 8,8 minuten. Dit is waarschijnlijk een direct gevolg van het gebruik van modern incontinentiemateriaal (bijvoorbeeld, het buikbandsysteem) en een betere route naar het toilet (bijvoorbeeld, door het weghalen van waskarren op de gang of het opruimen van de toiletruimte).
Betere beleving
Maar één van de mooiste resultaten is dat de beleving van de continentiezorg bij de cliënt ruimschoots is verbeterd. Voor het verbetertraject scoorde de cliënt hierop met een 7.0 en nu met een 8.0. Een vol punt omhoog!’’ Knibbe: “Het aantal clienten met incontinentie (de prevalentie) is nagenoeg gelijk gebleven. Eerst was 52% van de cliënten incontinent en nu is dit 49%. Maar als verbeterteams op dezelfde voet verder gaan, zullen zij hier ook zeker resultaten in zien.”
Struinen bij de informatiemarkt
Alle verbeterteams kregen een eigen ‘marktkraam’ om daar hun ontwikkelde instrumenten en producten te presenteren. Sommige tafels lagen vol met handleidingen, protocollen, screeningslijsten en beleidsplannen. En op andere tafels lag alleen nog maar een plan van aanpak. Tijdens deze informatiemarkt zag je iets ontstaan waar Zorg voor Beter voor staat: Het uitwisselen van materiaal en kennis. Kaartjes werden uitgewisseld en mailcontact volgt. Kijk, zo doen we dat!
Message in a bottle
Alle verbeterteams kregen de opdracht om in één kwartier een brief aan zichzelf te schrijven. In deze brief schreven zij op waar zij over een half jaar staan met hun incontinentiezorg. Bijvoorbeeld: Over een half jaar is ons verbeterteam nog steeds bij elkaar en actief. Daarna moesten zij deze brief bij het kernteam inleveren. Over een half jaar krijgen zij deze brief toegestuurd zodat ze kunnen kijken hoe ze er voorstaan. Van der Veen benadrukte in zijn slotwoord nogmaals: ‘’En nu komt het erop aan. Nu moeten de verbeterteams zelfstandig door met het borgen en verspreiden van de verbeteringen. De klad kan en mag er niet inkomen, want over een half jaar ligt die brief met bereikte doelen toch echt bij jullie op de deurmat..…’’