Incontinentie nog te vaak klakkeloos geaccepteerd
“Als je iets wil doen aan continentiezorg in verpleeg-, en verzorgingshuizen is het ’t meest zinvol om bij de eerste tekenen van incontinentie bij een bewoner meteen in actie te komen”, zegt Paul van Houten. Hij is specialist ouderengeneeskunde in het Zonnehuis in Amstelveen en is gepromoveerd op de relatie tussen incontinentie, toiletvaardigheden en morbiditeit in verpleeghuizen.
Zijn presentatie tijdens de werkconferentie van het verbetertraject Continentie van Zorg voor Beter, was erg aansprekend en inspirerend. Zijn boodschap: als cliënten al langer incontinent zijn is er vaak niet zo veel meer aan te doen. Maar als mensen continent binnenkomen en vervolgens de eerste verschijnselen van incontinentie vertonen, kan er soms nog wel wat aan worden gedaan.
Vroege signalering
Om de problemen in kaart te brengen is er een speciaal ‘Inco-dagboek’ ontwikkeld, een lijst waarop de ziekenverzorgende gedurende drie dagen observeert en gegevens bijhoudt over de frequentie, tijdstip en ernst van de incontinentie.

Vroege Diagnostiek
Belangrijk is ook de mening van de cliënt: sommige mensen accepteren nachtelijke incontinentie om te kunnen doorslapen. Vervolgens is het aan de arts om de oorzaak van de incontinentie op te sporen. Daarbij kijkt hij naar de ziektegeschiedenis van de bewoner, naar diens mobiliteit, het functioneren van het brein, andere ziekten van de bewoner die een rol kunnen spelen en naar de medicatie die bewoner gebruikt. De arts loopt na of er factoren zijn die beïnvloedbaar zijn. Daarnaast is een zorgvuldige inschatting van de zorgvraag door verpleging en verzorging essentieel. Het cliëntenperspectief mag zeker niet over het hoofd gezien worden.
Interventies
Soms is er niets aan te doen en moet de incontinentie worden geaccepteerd en is het belangrijk dat de cliënt de goede materialen krijgt aangereikt. Maar na een goede analyse van het probleem kan ook blijken dat er wel mogelijkheden zijn om de incontinentie te verminderen of uit te bannen. Vaak is er bij bewoners sprake van een verminderde mobiliteit of kunnen zij het toilet niet meer (op tijd) vinden. Verbetering van de toiletgang kan dan uitkomst brengen. Belangrijk is dat het toilet herkenbaar en goed toegankelijk is voor de bewoner.
Aanpassing medicatie
Ook aanpassing van de medicatie kan resultaat opleveren. Zo is er een lijst van medicijnen die invloed kunnen hebben op continentie. Plaspillen bijvoorbeeld en geneesmiddelen die het gedrag beïnvloeden. Sommige ziekten kunnen incontinentie veroorzaken. Voor acuut optredende verwardheid (delier), wat nogal eens voorkomt bij ouderen, geldt dat incontinentie één van de alarmsignalen is. “Behandel het delier en de incontinentie verdwijnt”, aldus Paul van Houten.
Hulp
Ook als cliënten geheugenproblemen hebben, kunnen zij het toilet niet (op tijd) vinden of weten zij niet meer welke handelingen zij moeten verrichten bij de toiletgang. In dat geval zouden de zorgverleners deze mensen hulp aan moeten bieden bij de toiletgang. Cliënten vinden het namelijk lastig om zelf om hulp te vragen: ‘die meiden werken al zo hard’. Volgens Paul van Houten is er onvoldoende personeel om alle vormen van functionele incontinentie terug te dringen. “Dan heb je één verzorgende op drie bewoners nodig en die mensen hebben we domweg niet”. Maar door vroege signalering en diagnostiek kan het mogelijk zijn incontinentie voor een deel te verminderen. Nog te vaak wordt incontinentie klakkeloos geaccepteerd, ook door dokters.
Bijscholing gewenst
Bijscholing van artsen en andere zorgverleners, is dan ook nodig. Net als een structurele aanpak van het probleem. Instellingen zouden een beleid moeten afspreken, waarbij iedereen meedoet. “Als blijkt dat er bouwkundige aanpassingen nodig zijn om de toiletten beter herkenbaar en toegankelijk te maken, moet het management bereid zijn daarvoor geld beschikbaar te stellen.” De meeste winst is er volgens Van Houten te halen in het zo lang mogelijk mobiel houden van de psychogeriatrische cliënten. “Een kleine afname van de zelfstandigheid, zorgt voor een enorme toename van incontinentie. De meeste mensen herwinnen hun continentie als hun mobiliteit verbetert”.