‘Continent zijn moet je kunnen maar ook willen’
In januari 2009 start een nieuw Verbetertraject: Continentie. Een van de betrokkenen bij dit traject, en expert op het gebied van continentie, is Paul van Houten, verpleeghuisarts bij Zonnehuisgroep Amstelland. “Incontinentie komt vaker voor dan je denkt, in verpleeghuizen, maar ook bij zorgbehoevende mensen die thuis wonen.”
“Omdat incontinentie voor eigenlijk iedereen erg belastend is, is het belangrijk het zoveel mogelijk te voorkomen. En als dat niet mogelijk is, moet je ervoor zorgen dat de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk blijft”, aldus Van Houten. “Tijdens het verbetertraject kunnen we instellingen daarmee helpen.”
Olympische blazen
Er zijn twee grote oorzaken aan te wijzen van incontinentie bij zorgbehoevende ouderen: cognitie en mobiliteit. Van Houten: “Als je hulp nodig hebt bij de gang naar het toilet heb je soms een olympische blaas nodig om het toilet op tijd te kunnen halen. Om zelfstandig naar het toilet te gaan moet je mobiel zijn en je moet het toilet kunnen vinden. Het verbeteren van de mobiliteit en het makkelijker vindbaar maken van het toilet, geeft een mens weer het vermogen om zelfstandig naar het toilet te gaan. In dat geval is er veel minder sprake van incontinentie. Maar soms kan de mobiliteit niet verbeteren of kiezen mensen ervoor om ’s nachts in een onderlegger te plassen in plaats van de gevaarlijke tocht naar het toilet te ondernemen.”
Van incontinentie naar depressie
Incontinentie is niet zomaar opgelost door het dragen van een luier. Van Houten: “Eenvijfde van hen krijgt last van huidproblemen. De huid raakt geïrriteerd of gaat kapot. Daarnaast is er een relatie tussen incontinentie en depressiviteit. Ook raken veel incontinente mensen in een sociaal isolement. Bijvoorbeeld omdat zij naar gaan ruiken en zich schamen voor anderen.”
Signaleren en voorkomen
In Amerika is al onderzoek gedaan naar mogelijke aanpassingen in het zorgsysteem om incontinentie te voorkomen of te verminderen. “Daaruit bleek dat de mobiliteit van cliënten moet worden onderhouden en dat zij aangespoord moeten worden om naar het toilet te gaan. Het probleem is alleen dat bij deze aanpak één verzorger nodig is op vijf cliënten en dat zit er op grote schaal gewoon niet in.” Toch is er volgens Van Houten een oplossing: “Uit onderzoek blijkt dat als cliënten nog maar net incontinent zijn er nog een kans is om er vanaf te komen. Daarom is het belangrijk dat verpleeghuizen gaan letten op continentie en dat zij veranderingen op dit gebied vroeg signaleren.”
Vragen stellen
Met vroegsignalering alleen ben je er echter niet. “Zodra je bijvoorbeeld opmerkt dat er in plaats van alleen urine opeens ook ontlasting in een luier zit, moet je er direct iets mee doen. Vraag je af hoe dat kan. Dan kan blijken dat een praktische aanpassing aan het toilet de oplossing kan zijn. Maar het kan ook zo zijn dat een cliënt kiest voor incontinentie. En die keus moet iemand ook kunnen maken. Bijvoorbeeld ’s nachts om verstoring van de nachtrust te voorkomen. Of de cliënt aanvaardt het als iets dat hoort bij het ouder worden. Continent is iets wat je ook moet willen zijn.”
Instrumenten en begeleiding
Instellingen die meedoen aan het verbetertraject krijgen hulp bij de aanpak van incontinentie. Van Houten: “Daarbij ligt de aandacht op vroegsignalering en preventie. En op instrumenten die verzorgenden daarbij kunnen gebruiken. We richten ons voortdurend op de stappen die je kunt nemen om cliënten een zo plezierig mogelijk leven te geven en letsel zoveel mogelijk te beperken. Belangrijk is om altijd twee vragen te stellen: gaat iemand nog zelfstandig naar het toilet en hoe vaak doet hij of zij dat? Pak dit eerst aan, zo kan incontinentie voorkomen of verbeterd worden. Lukt dat niet meer, zorg dan voor optimale verzorging en voor een zo goed mogelijke kwaliteit van leven.”