Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Bemoeizorg
  4. Interviews
  5. Eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit in de ggz

Eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit in de ggz

6 februari 2007

Omdat de ggz en de verslavingszorg sinds kort onderdeel zijn van het programma Zorg voor Beter, heeft het Trimbos-instituut op verzoek van ZonMW afgelopen najaar een inventarisatie gemaakt. Wetenschappelijk medewerker Sonja van Rooijen vertelt over de vier thema’s die voor de ggz en verslavingszorg zijn geselecteerd: eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit. “Omdat er weinig tijd was, hebben we de inventarisatie heel compact uitgevoerd met behulp van telefonische interviews en vragenlijsten.”

Quickscan

“De inventarisatie is eigenlijk een ‘quickscan’ van de initiatieven in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg op het gebied van eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit”, vertelt Van Rooijen. Bemoeizorg betreft hulpverlening aan sociaal kwetsbare mensen met ernstige psychische problemen en/of verslavingsproblemen met de neiging elke vorm van zorg uit de weg te gaan. Co-morbiditeit is de term voor patiënten met meerdere, samenhangende problemen, in dit geval zowel geestelijke als lichamelijke gezondheidsproblemen.

Verbeteren dankzij doorbraakmethodieken

Het is de bedoeling dat er voor de vier thema’s zogenoemde verbetertrajecten worden ontwikkeld, ook wel doorbraakprojecten genoemd. “De teams die met een doorbraakmethode aan de slag gaan, moeten allemaal dezelfde doelen voor ogen hebben. Eventuele subdoelen kunnen wel verschillen.”

Criteria voor verbetertrajecten

Sonja van Rooijen vertelt dat er bepaalde criteria zijn opgesteld voor de verbetertrajecten: het zijn onderwerpen met een zeker ‘sense of urgency’, er is sprake van betere uitkomsten voor de cliënt, de projecten zijn gericht op een kloof tussen theorie en praktijk, er zijn aantoonbare ‘good practices’ met aanknopingspunten voor overname door andere instellingen, bekende indicatoren en richtgetallen én een bestaande infrastructuur.

Aanpak van eenzaamheid

Rond het thema eenzaamheid bleken tijdens de inventarisatie enorm veel uiteenlopende initiatieven te bestaan. Gezien de beperkte looptijd van de inventarisatie heeft het Trimbos-instituut zich beperkt tot een aantal onderwerpen, zoals bijvoorbeeld vriendendiensten, maatjesprojecten, lotgenotencontact, zelfhulpgroepen, inloop- en ontmoetingscentra en integratieprojecten. De eerste inventarisatie levert vooral innovatieve praktijken op onder zelfhulp en integratieprojecten. Projecten als vriendendiensten zijn niet minder belangrijk maar bestaan al wat langer. Sonja van Rooijen: “Eenzaamheid is een heel diffuus onderwerp dat zowel intra- als extramuraal speelt en vaak kleinschalig en lokaal wordt ingevuld. Hierbij willen we bekijken of we de diverse initiatieven kunnen bundelen om er een of meerdere verbeterthema’s uit te lichten.”

Anti-stigmaprojecten

Sonja vindt binnen het thema eenzaamheid vooral de anti-stigmaprojecten erg interessant. ”Deze zijn gericht op het verbeteren van de beeldvorming en de mogelijkheid voor mensen om mee te kunnen doen. Het gaat over de integratie van mensen met psychische problematiek in de samenleving. Omdat gemeenten een grotere rol spelen door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is het zaak lokaal veel ruchtbaarheid te geven aan dit soort projecten.”

Andere cultuur en behandelklimaat

Het tweede thema is de langdurig gesloten zorg. Omdat er vele voorbeelden zijn van dwang en drang binnen de instellingen is de inventarisatie heel gericht uitgevoerd. Van Rooijen: “Voor de verbetertrajecten willen we breder kijken dan het terugdringen van dwang en drang. Er gebeurt immers al veel, zoals het invoeren van signaleringsplannen, scholing en agressiepreventietrainingen. We willen juist meer nadruk leggen op het cliëntgericht en ontwikkelingsgericht werken, het invoeren van rehabilitatiemethodieken en projecten om te werken aan het herstel van cliënten. Ook het medicatiebeleid kunnen we daarbij meenemen.” Vooral de ontwikkelingsgerichte zorg voor de zogenaamde achterblijvers, vindt Van Rooijen belangrijk. “Achterblijvers zijn de mensen die jarenlang in een gesloten inrichting verblijven zonder dat er zicht is op enige verandering in hun situatie. Het is nuttig te onderzoeken hoe we daar verandering in kunnen brengen.”

Bemoeizorg organiseren als ketenzorg

De schriftelijke inventarisatie van het derde thema, bemoeizorg, leverde 88 projecten op. Deze zijn ingedeeld in vijf typen, variërend van zorgoverleggen, vangnet- en adviesteams tot ACT-teams en samenwerkingsverbanden van verschillende hulporganisaties. Van Rooijen vertelt dat het probleem niet eens zozeer is om mensen op te sporen en in zorg te krijgen. “Het gaat er juist om hoe het verder gaat als mensen eenmaal in zorg zijn. Hoe kunnen we voorkomen dat ze opnieuw buiten de boot vallen. Het voorlopige idee is dat we ons bij dit thema op de ketenzorg focussen. Het gaat om een zo goed mogelijke samenwerking tussen de woningbouwcorporaties, 1e lijn, maatschappelijk werk, ggz en opvangvoorzieningen. We moeten hiervoor doorbraakmethodieken gaan kiezen die de zwakke schakels in de keten zoveel mogelijk versterken. Ook moeten we ons richten op de bemoeizorg voor gezinnen en jeugdigen.”

Meer aandacht voor somatische klachten

Het laatste thema, co-morbiditeit, ofwel de zorg voor patiënten met zowel psychische als fysieke gezondheidsproblemen, bleek een lastig onderwerp dat door gebrek aan duidelijke initiatieven het moeilijkst in kaart te brengen was. De meeste projecten zijn gericht op screening. Van Rooijen: “Maar er zijn veel meer onderwerpen te bedenken. De instellingen die het Trimbos-instituut hierover sprak, waren het er namelijk wel over eens dat er meer aandacht moet komen voor somatische co-morbiditeit. “De aandacht voor de somatische kant is op de achtergrond geraakt. De zorgsectoren zijn veel meer gescheiden dan voorheen. Hierdoor ontbreekt bijvoorbeeld de huisartsenzorg bij de instellingen.” Het Trimbos-instituut concludeert dat meer aandacht nodig is voor screening, diagnostiek en behandeling. Dat geldt ook voor tandheelkundige zorg, sport en lichaamsbeweging en de relatie met eten en drinken.

Start na de zomer

Op dit moment wordt gewerkt aan een plan van aanpak op hoofdlijnen. “Als dat plan is goedgekeurd, werken we op basis van de inventarisaties de plannen per thema in detail uit”, aldus Van Rooijen, Dit proces heeft tijd nodig. “We zijn nu nog aan het nadenken over de exacte uitwerking van de thema’s. Ook is het bij bepaalde thema’s nodig nader te inventariseren. We verwachten de verbetertrajecten voor de ggz en verslavingszorg na de zomer te starten.”

Meer informatie

De inventarisaties van het Trimbos Instituut van de verbeterthema’s voor de ggz:
inventarisatie_somatische_comorbiditeit.doc (doc, 182.5KB), quickscan_bemoeizorg.doc (doc, 1013.5KB), bijlage_bemoeizorg.xls, inventarisatie_gesloten_zorg.doc (doc, 288KB), quickscan_eenzaamheid.doc (doc, 749.5KB)