“Bemoeizorg moet mensen verleiden tot zorg…”
“Eigenlijk is bemoeizorg zelf al een verbetering van de hulpverlening zoals die was”, aldus projectleider Simone van de Lindt van het Trimbos-instituut. “Toch is het Verbetertraject Bemoeizorg een kans voor teams om de resultaten van hun bemoeizorg zichtbaar te maken en te verbeteren.”
Begin november start de eerste ronde van het Verbetertraject Bemoeizorg, voor de duur van 11 maanden. Het is een van de vier verbetertrajecten gericht op de langdurende ggz. Volgens het werkplan gaat bemoeizorg ‘over moeilijke en complexe probleemsituaties van sociaal kwetsbare mensen die zelf niet om hulp vragen.’ Daarbij werkt het als volgt: mensen uit de omgeving van hulpbehoevenden maken melding van verwaarlozing, overlast of andere zorgwekkende problemen en een team van hulpverleners speelt daarop in.
Complexe problematiek
“Het is een typisch (o)ggz-onderwerp gericht op mensen met ernstige psychische problematiek, vaak in combinatie met verslavingsproblematiek en/of zwakbegaafdheid . Omdat ze geen hulp vragen, maar ook omdat ze zich er niet van bewust zijn of simpelweg geen hulp willen”, legt Van de Lindt uit. Ook andere groepen zoals ouderen en jongeren met psychische problemen kunnen langzamerhand zo verwaarloosd raken dat ze een doelgroep voor bemoeizorg worden.
Onconventioneel benaderen en verleiden
uist omdat het om verschillende doelgroepen gaat, die niet of moeilijk bereikt worden en er problemen zijn op diverse levensgebieden, moeten de teams beschikken over allerlei (motiverings)technieken en interventiemethoden. Maar ook moeten ze onderhandelen met andere instellingen. De sociale dienst, het Centraal Indicatie Orgaan, de woningbouwcorporaties, justitie en ook reguliere instellingen voor GGZ- en verslavingszorg zijn nog onvoldoende bereid om zich in te zetten voor bemoeizorgcliënten. Bemoeizorg zet alles op alles om contact met mensen te krijgen en ze weer een uitweg te bieden naar een beter bestaan. Veel cliënten hebben een levenlang ‘assertieve en ongevraagde hulp’ nodig.
Een voorbeeld
“Jan, 45 jaar, woonde tot voor kort bij zijn moeder. Hij dronk veel en vanwege een verwaarloosde hernia had hij geen werk meer. Enige maanden geleden verloor hij zijn moeder. Jan is sindsdien steeds meer aan de drank geraakt. Hij heeft agressieve buien en wil met niemand iets te maken hebben. Hij zwerft nu over straat en overnacht in de nachtopvang. Hij kon de huur niet meer betalen, heeft problemen met zijn financiën, omdat hij geen uitkering meer krijgt. Zijn moeder regelde alle praktische zaken en zonder haar is Jan in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Als Jan uiteindelijk na een ernstige val bij het Leger des Heils in een ziekbed terecht komt, merkt men daar op dat Jan zwakbegaafd is en slecht leest en schrijft”.
Doorbreken neerwaartse spiraal
In dit soort gevallen kan bemoeizorg de spiraal doorbreken, door mensen te verleiden tot zorg en ze te helpen de belangrijke levensgebieden weer op de rails te krijgen. Langdurende bemoeizorg is dikwijls nodig omdat ze anders opnieuw buiten de boot vallen Van de Lindt: “Mensen met een cognitieve stoornis hebben weinig ziektebesef. Deze beperkingen hebben als gevolg dat ze zich in de samenleving moeilijk staande kunnen houden. Als ze eenmaal door bemoeizorg weer in beeld zijn en hulp aannemen, hebben ze vaak blijvend zorg en aandacht nodig.”
Van elkaar leren
“Er zijn zo’n honderd goed functionerende teams goed verspreid over ons land: vangnetteams, (F)ACT-teams, bemoeizorgteams, zorgnetwerken of zorgoverleggen. In het verbetertraject doen ongeveer vijftien teams mee. Ze kunnen onderling kennis en ervaringen uitwisselen bijvoorbeeld over samenwerking in de keten. Want juist in de samenwerking kan veel misgaan. Daar hebben de teams, maar ook de cliënten veel last van. Van de Lindt wil goede praktijkoplossingen die uit het verbetertraject komen als voorbeeld stellen voor teams die op een vergelijkbare manier werken. “Ze moeten elkaar op goede ideeën brengen om het proces nog meer te stroomlijnen.”
Nadruk op resultaten
Nog belangrijk doel van het verbetertraject is het zichtbaar maken van de resultaten van de bemoeizorg. “Uit de praktijk blijkt dat iedereen erg tevreden is.” Van de Lindt vindt het jammer dat nu vaak niet hard te maken is wat de bemoeizorgteams met hun werk bereiken. “De doorbraakmethode helpt de deelnemers om resultaten te tellen en te meten”.