<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0"
 xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
 xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
 xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/"
 xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#"
 xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">

 <channel>
    
  <title>Zorg voor Beter: Herstelgerichte zorg</title>
   <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/</link>
   <description></description>
   <dc:language>en</dc:language>
   <dc:creator>laura@basisvoorcommunicatie.nl</dc:creator>
   <dc:rights>Copyright 2012</dc:rights>
   <dc:date>2012-02-09T08:42:17+00:00</dc:date>
   <admin:generatorAgent rdf:resource="http://www.expressionengine.com/" />
    

    <item>
      <title>GGzE in Eindhoven ontwikkelt lesmateriaal over ervaringsdeskundigheid</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/herstelgerichte-zorg/interviews/de-client-weet-zelf-vaak-het-beste-wat-goed-voor-hem-is/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/herstelgerichte&#45;zorg/interviews/de&#45;client&#45;weet&#45;zelf&#45;vaak&#45;het&#45;beste&#45;wat&#45;goed&#45;voor&#45;hem&#45;is/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Niet de hulpverlener weet het beste wat de cliënt nodig heeft, maar de cliënt zelf. Met dat idee in het achterhoofd ontwikkelt GGzE  in Eindhoven  lesmateriaal over ervaringsdeskundigheid. Kees Spitters, manager Onderzoek en ontwikkeling bij GGzE: “We denken nog te veel voor de cliënt. Dat bewustzijn willen we verpleegkundestudenten op de ROC’s al bijbrengen.”</p>	<p>De GGzE maakt veel gebruik van ervaringsdeskundigen. Sinds enkele jaren zijn er opleidingen op mbo- en hbo-niveau waarin ervaringsdeskundigen leren mensen met dezelfde problemen bij te staan. “We zetten professionele ervaringsdeskundigen in binnen de teams. Zij vormen daardoor een belangrijk onderdeel van de behandeling. Maar ervaringsdeskundigheid is meer”, legt Spitters uit. “Dat betekent ook: al tijdens de behandeling van een cliënt rekening houden met zijn wensen en behoeften.”</p>

<h2>Paternalistisch denken</h2>

	<p>GGzE wil medewerkers bewust maken wat een goede bejegening betekent voor de cliënt. Kees Spitters: “De cliënt weet zelf vaak wel wat goed voor hem is en kan aangeven wat hij nodig heeft en hoe hij bejegend wil worden. Wij maken ons binnen de ggz nog wel eens schuldig aan paternalistisch denken. Dan vergeten we dat je met de cliënt overeenstemming moet bereiken over de behandeling en het doel waaraan je samen gaat werken.” Spitters vindt het erg belangrijk dat dit paternalistisch denken verdwijnt en het ‘nieuwe’ gedachtegoed wordt uitgedragen binnen zijn organisatie. “Dat veranderingsproces begint al binnen de opleidingen.”</p>

<h2>‘Blended learning’</h2>

	<p>Medewerkers krijgen allemaal een cursus cliëntparticipatie, maar Spitters wil ook beginnende studenten dit gedachtegoed bijbrengen. “Je kunt het wel in de organisatie zelf leren, maar als je het onderdeel laat uitmaken van de opleiding komen de nieuwe medewerkers beter voorbereid in de praktijk.” Vanaf september gaat GGzE daarom samen met het <abbr>ROC</abbr> het nieuwe lesmateriaal ontwikkelen. In mei 2012 moet dan de pilot plaatsvinden, waarna de module in het volgend schooljaar kan worden geïntroduceerd. “We weten nog niet hoe het eruit gaat zien, maar waarschijnlijk wordt het blended learning: deels klassikaal, deels via e-learning.”</p>

<h2>Ook andere sectoren</h2>

	<p>Spitters denkt dat ook andere ROC’s de module willen en kunnen overnemen en dat ook opleidingen voor de <abbr>VVT</abbr> en gehandicaptenzorg de module gaan gebruiken. “Natuurlijk is de ervaringsdeskundigheid daar anders, maar het idee is hetzelfde. In de gehandicaptenzorg kun je familie erbij betrekken en hun ervaringen gebruiken in de bejegening met de cliënt. Zij kennen hem of haar tenslotte beter dan jij als zorgverlener.” Denkt Spitters dat alle studenten deze nieuwe manier van werken en denken kunnen leren? “Zeker wel. Sterker nog: als je in de zorg wilt werken, moet je deze competenties wel hebben.”</p>

<h2>Over de subsidieronde onderwijs</h2>

	<p>ZonMw heeft 25 projecten gehonoreerd die gaan werken aan een betere aansluiting tussen kennis, zorgonderwijs en de zorgpraktijk. De subsidieronde, een samenwerking tussen het Nationaal Programma Ouderenzorg en het programma Zorg voor Beter, leverde veel aanvragen op van samenwerkingsverbanden tussen mbo-instellingen en zorgorganisaties. Doel van de subsidieronde is actuele kennis uit de langdurende zorgpraktijk te vertalen naar onderwijsproducten. De projecten leveren lesmateriaal op dat het zorgonderwijs vooruit helpt.</p>

	<p>Donderdag 22 september brengt Zorg voor Beter, samen met het Nationaal Programma Ouderenzorg, een nieuwsbriefspecial uit over de onderwijsprojecten. Bent u nog geen nieuwsbriefabonnee maar wilt u de special niet missen? Abonneer u dan nu op <a href="http://www.zorgvoorbeter.nl/nieuwsbrief/">de nieuwsbrief.</a></p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2011-09-19T09:01:08+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Herstelgerichte zorg: voor meer inspraak én inhoud</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/herstelgerichte-zorg/interviews/herstelgerichte-zorg-voor-meer-inspraak-en-meer-inhoud/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/herstelgerichte&#45;zorg/interviews/herstelgerichte&#45;zorg&#45;voor&#45;meer&#45;inspraak&#45;en&#45;meer&#45;inhoud/</guid>
      <dc:subject>herstelgerichte&#45;zorg</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p><abbr>GGZ</abbr> Oost Brabant had de herstelvisie al langer hoog in het vaandel staan, maar zocht naar een meer gestructureerde aanpak. Toen het verbetertraject Herstelgerichte Zorg van Zorg voor Beter op zijn pad kwam, aarzelde stafmedewerker Spencer Zeegers dan ook geen moment. Met mooie resultaten tot gevolg.</p>	<p>“We hebben een sterke ‘herstelvisie’ die we officieel in ons beleid wilden opnemen. Een reorganisatie was een goede aanleiding, omdat er dan toch al veel verandert”, zo vertelt Spencer Zeegers, stafmedewerker bureau zorgontwikkeling van <abbr>GGZ</abbr> Oost Brabant.  “We hebben onze concrete plannen uitvoerig besproken tijdens het intakegesprek voor het verbetertraject. Onze plannen sloten goed aan bij het traject. Na het vormen van drie teams, waarbij vijf locaties betrokken waren, en het vinden van kartrekkers en ervaringsdeskundigen gingen we vol enthousiasme aan de slag.”</p>

<h2>Zelfde onderwerp, verschillende doelen</h2>

	<p>Op de startconferentie formuleerden de verschillende teams hun doelen. Zeegers: “Leuk was dat die heel divers waren. Helmond wilde meer aandacht voor privacy in de woonomgeving, Veghel koos voor meer betrokkenheid van familie en aanpassing van huisregels en de bewoners van de instelling in Oss moesten meer keuzevrijheid en –mogelijkheden krijgen. Bij iedere overweging werd een analyse gemaakt: wat doen we goed en wat kan beter? Zo stelden we de doelen steeds scherper.”</p>

<h2>Weerstand overwinnen</h2>

	<p>Ook de aanpak van de teams was heel verschillend. “In Veghel bijvoorbeeld maakte iedereen eerst uitgebreid kennis met het onderwerp herstelgerichte zorg. Zodat zowel medewerkers als cliënten precies wisten waar het over ging. Daarna gingen ze om de keukentafel. Wat wilden de cliënten? Toen bleek bijvoorbeeld dat zij de woonkamer saai vonden en graag een voetbaltafel wilden. Om aan die wensen te voldoen moesten soms weerstanden worden overwonnen. Zo mochten voorheen geen vrienden van bewoners logeren. Terwijl dat een van de grootste wensen was van een jongen omdat zijn vriendin ver weg woont. Lastig, want als de een het mag, wil de ander het ook. Nu mag het wel en blijkt dat het echt geen chaos wordt”, zo lacht Zeegers. </p>

<h2>Meer privacy, meer eigen leven</h2>

	<p>Ook in Helmond moesten medewerkers weerstand overwinnen. “Een aanpassing daar was dat medewerkers niet langer zomaar de kamer van een cliënt in mochten lopen. Veelgehoorde opmerking: ‘Maar wat als er nu iets ergs gebeurd is?’ Die angst is overwonnen en nu werkt het. Iedereen is eraan gewend en de bewoners hebben meer privacy en meer een eigen leven. Herstelgerichte zorg is tenslotte een manier voor cliënten om weer te leren zelf hun leven in te richten, net zoals dat straks in de maatschappij gebeurt.”</p>

<h2>Grote rol bewoners</h2>

	<p>Hoewel de doelen divers zijn, hebben de bewoners van alle drie de instellingen een grotere rol gekregen. “Wil je weten wat hun wensen zijn, dan moet je toch met hen praten”, aldus Zeegers. Helmond hield daarom een bewonersonderzoek naar hun wensen, waarvan de uitkomsten worden opgenomen in het plan van de bewoner. Oss heeft op basis van interviews een wooncatalogus gemaakt. Daarin staat alles wat je als bewoner wilt weten over je nieuwe huis. Doordat er een website aan de catalogus gekoppeld is kunnen nieuwe bewoners de informatie ook gemakkelijk samen met familie doornemen. “En cliënten zijn blij met die grote rol. Een bewoner uit Oss was bij haar eigen evaluatie aanwezig en wilde zelfs een foto maken van de bijeenkomst. Zo blij was ze ermee! Als bewoners meer kansen en mogelijkheden krijgen dan nemen ze die ook. En als ze serieus genomen worden doen ze dat goed ook.”</p>

<h2>Eindelijk weer inhoud</h2>

	<p>Niet alleen bewoners zijn volgens Zeegers belangrijk in het traject. “Je moet een enthousiast team bij elkaar zoeken met goede kartrekkers. Ook experts van buiten inschakelen kan goed werken, bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen van een andere organisatie. Belangrijk is bovendien dat je dicht bij de werkvloer blijft. Daar moet het toch gebeuren. De grote winst zie je nu trouwens ook bij verpleegkundigen. Die zijn blij dat ze eindelijk iets kunnen doen op inhoudelijk terrein voor de cliënt, de managementtaken gingen de afgelopen jaren toch wat overheersen.”</p>

<h2>Methode hergebruiken</h2>

	<p>Op dit moment verankeren en verspreiden de teams de resultaten in de organisatie. “En niet alleen de resultaten, ook de methode. Zo’n kortcyclisch proces bijvoorbeeld kun je ook inzetten voor een onderwerp als medicatieveiligheid. Zorg dat je goede doelen formuleert, enthousiaste mensen bij elkaar zet en roep de nodige expertise in van buitenaf. Die werkwijze kun je voor ieder onderwerp hanteren. Nog een ingrediënt: ruimte nemen en geven. Ook door het management. Een van onze hoofden heeft bijvoorbeeld twee medewerkers acht uur per week vrijgeroosterd om hun succesverhaal over het verbetertraject in andere teams te vertellen. Zo kan er weer een nieuw succesverhaal ontstaan.” </p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2009-05-01T14:34:50+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>“Met een organisatiebrede aanpak bereiken we meer&#8221;</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/herstelgerichte-zorg/interviews/ggz-verbetertrajecten-met-een-organisatiebrede-aanpak-met-managementonderst/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/herstelgerichte&#45;zorg/interviews/ggz&#45;verbetertrajecten&#45;met&#45;een&#45;organisatiebrede&#45;aanpak&#45;met&#45;managementonderst/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, medicatieveiligheid, probleemgedrag, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Sonja van Rooijen coördineert de Zorg voor Beter Verbetertrajecten die het Trimbos-instituut sinds een jaar voor instellingen in geestelijke gezondheidszorg verzorgt. “Projectmatig werken is lastig voor de deelnemers. Ze hebben goede ondersteuning van het management nodig.”</p>	<p>Wetenschappelijk medewerker Sonja van Rooijen concludeert dit na een vol jaar ervaring met verschillende rondes verbetertrajecten gericht op thema’s die spelen in de geestelijke gezondheidszorg: bemoeizorg, geest en lichaam, herstelgerichte zorg en sociale participatie.  </p>

<h2>Combi-verbetertrajecten</h2>

	<p>Vanaf 2009 wijzigt het aanbod voor ggz-instellingen omdat de thema’s vanaf dan alleen nog maar gecombineerd worden aangeboden. “Er zijn logische combinaties gemaakt van onderwerpen die goed bij elkaar passen”, vertelt Van Rooijen. De twee combi-verbetertrajecten die begin 2009 starten zijn herstelgerichte zorg in combinatie met sociale participatie en als tweede geest en lichaam (somatische comorbiditeit) in combinatie met medicatieveiligheid. Op 23 oktober wordt ’s middags in Utrecht een informatiebijeenkomst gehouden over de nieuwe combi-verbetertrajecten.</p>

<h2>Weinig steun management</h2>

	<p>Instellingen doen in de combi-ronde mee met twee teams die elk met een verschillend thema aan de slag gaan. Het voordeel is dat de teams onderling veel van elkaar kunnen leren en de kunst van het verbeteren bij elkaar kunnen afkijken. “Het vasthouden van verbeterresultaten en de rol van het management daarbij krijgen volop aandacht in de nieuwe verbetertrajecten omdat we merken dat teams dat moeilijk voor elkaar krijgen. De projectmanagers van de deelnemende instellingen voelen zich vaak te weinig gesteund door het management. Wil je de veranderingen echt borgen dan moet je er breder in de organisatie op inzetten.” </p>

<h2>Ideaal vervolgtraject </h2>

	<p>“Omdat de deelnemers aan de huidige verbetertrajecten voor hun gevoel nog maar net ‘op gang zijn’, is een vervolg in de vorm van een combi-verbetertraject ideaal om de verbeteringen in de zorg van de grond te krijgen”, vindt Van Rooijen. Ze hoopt daarom dat ook de huidige deelnemers zich inschrijven voor de combi-trajecten. </p>

<h2>Positieve tussenbalans</h2>

	<p>Sonja van Rooijen is erg te spreken over de resultaten van de huidige verbetertrajecten. De werkconferenties zijn heel inspirerend. Ook is er bij alle deelnemende instellingen gemeten. In het verbetertraject Herstelgerichte zorg is een Amerikaans instrument voor modelgetrouwheidsmeting gebruikt, de zogenaamde <abbr>ROPI</abbr> (Recovery Oriented Practices Index). Door het houden van interviews met hulpverleners wordt op acht punten gemeten hoe herstel- of cliëntgericht ze zijn, hoe het staat met de basale zorg, in welke mate er vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast en hoe de zorg wordt vertaald in behandelplannen. Op een vijfpuntsschaal is dan te zien hoe de instelling scoort. Teams stellen vervolgens hun eigen streefscores vast. De nametingen en de analyse ervan volgen nu op korte termijn en daarna presenteren de deelnemers hun werkplannen. </p>

<h2>Combi-verbetertrajecten als vervolg</h2>

	<p>Deze verbetertrajecten lopen begin 2009 af. Van Rooijen: “Daarna kunnen de instellingen hun verbeteringen van de zorg voortzetten met behulp van de eerdergenoemde combi-verbetertrajecten. Hierbij doen instellingen mee met twee teams die met een verschillend thema aan de slag gaan. Daarbij kunnen ze kiezen uit Herstelgerichte zorg in combinatie met Sociale participatie en Geest en lichaam (somatische comorbiditeit) in combinatie met Medicatieveiligheid.”</p>

]]></content:encoded>
      <dc:date>2008-09-30T09:24:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>“Ggz houdt problemen het liefst binnenskamers”</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/herstelgerichte-zorg/interviews/ggz-houdt-problemen-het-liefst-binnenskamers/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/herstelgerichte&#45;zorg/interviews/ggz&#45;houdt&#45;problemen&#45;het&#45;liefst&#45;binnenskamers/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Elisa Carter, lid van de Raad van Bestuur van de GGz Eindhoven, verdedigt de belangen van de ggz in de Commissie Verbetertrajecten van Zorg voor Beter. “Er valt genoeg te verbeteren in de ggz, maar we hangen niet graag de vuile was buiten.”</p>	<p>De van oorsprong (Brits) Guyanese Elisa Carter maakt vanaf 1 december 2004 deel uit van de Raad van Bestuur bij de GGzE Eindhoven en de Kempen. Sinds acht jaar zit ze in diverse commissies van ZonMw. De ggz kwam er al die tijd bekaaid vanaf. “Tot vorig jaar was er te weinig aandacht voor de noodzakelijke verbeteringen binnen de ggz. De problemen waren net zo groot als elders in de zorg, maar minder prominent aanwezig. Dat komt omdat we onze knelpunten en fouten liever niet naar buiten brengen.”</p>

<h2>Verbeterpunten</h2>

	<p>Op een gegeven moment constateerden <abbr>GGZ</abbr> Nederland, ZonMw en de commissieleden dat deze houding ten koste ging van de cliënt. Toen hebben zij samen met het Trimbos-instituut vier verbetertrajecten opgesteld. Tijdens een verbetertraject leren instellingen volgens Elisa Carter vooral anders kijken naar signalen van cliënten. “Ze leren anticiperen op een cliënt en aan de hand daarvan op tijd interveniëren. Zo’n houding vergt andere vaardigheden van de professionals. Ze moeten meer tegemoet komen aan de wensen van de cliënt.”</p>

<h2>Geen excuus</h2>

	<p>Genoeg nog te verbeteren dus, binnen de ggz. Elisa Carter vindt dat instellingen niet als excuus mogen gebruiken dat ze geen tijd hebben voor een verbetertraject. “Dan maak je maar tijd. Op de lange termijn heb je er profijt van.” Overigens roept Elisa Carter instellingen op om alleen mee te doen als ze écht willen. “Ze moeten het idee hebben dat ze juist op dit punt veel winst kunnen behalen. Bij twijfel kunnen ze net zo goed wachten tot het verbetertraject resultaten heeft opgeleverd en de bevindingen dan overnemen. Want dat is tenslotte het doel van de verbetertrajecten. Dat uit het onderzoek daadwerkelijk resultaten komen, die andere instellingen ook kunnen gebruiken. Zodat de sector in de gehele breedte beter wordt.”</p>

	<p><a href="/docs/Interview_Elisa_Carter.pdf">Benieuwd welke problemen binnen de ggz Elisa Carter nog meer zou willen aanpakken? Download dan hier het complete interview. (pdf, 56.57KB)</a></p>

]]></content:encoded>
      <dc:date>2007-09-10T08:24:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>&#8220;Kwaliteitsverbetering staat ook in onze sector hoog op de agenda&#8221;</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/herstelgerichte-zorg/interviews/kwaliteitsverbetering-staat-ook-in-onze-sector-hoog-op-de-agenda/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/herstelgerichte&#45;zorg/interviews/kwaliteitsverbetering&#45;staat&#45;ook&#45;in&#45;onze&#45;sector&#45;hoog&#45;op&#45;de&#45;agenda/</guid>
      <dc:subject>geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, probleemgedrag, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Het kwaliteitsprogramma Zorg voor Beter staat sinds deze maand ook open voor ggz-instellingen en instellingen uit de verslavingszorg. Jos de Beer, directeur van <abbr>GGZ</abbr> Nederland, vertelt over deze mogelijkheid. &#8220;De kwaliteitsverbetering die met de programma’s wordt nagestreefd, staat ook in onze sector hoog op de agenda. Ik hoop dat veel instellingen zullen intekenen op de verbetertrajecten.&#8221; </p><h2>Het programma Zorg voor Beter draait al enige tijd. Kent u de insteek van het project?</h2>

	<p>“Jazeker. We voeren regelmatig overleg met <abbr>VWS</abbr> en andere stakeholders en daarin komt het programma, net als de ggz-variant Sneller Beter (voor betere zorg in ggz en verslavingszorg), geregeld aan bod. De kwaliteitsverbetering die met de programma’s wordt nagestreefd, staat ook in onze sector hoog op de agenda. We zijn dan ook blij dat ook de ggz nu de mogelijkheid heeft om deel te nemen aan Zorg voor Beter.”</p>

<h2>Wat kan de toegevoegde waarde zijn voor de ggz?</h2>

	<p>“Instellingen kunnen met de projecten van Zorg voor Beter onderdelen van hun dagelijks werk aanpakken waardoor op den duur niet alleen de zorg maar ook de financiën zullen verbeteren. Daarnaast vind ik het goed dat binnen de zorg de sectoren samen werken aan een kwaliteitsverbetering. Sommige knelpunten spelen momenteel in meerdere sectoren, waardoor zij onderling van elkaar leren.”</p>

<h2>Als het gaat om kwaliteit van de zorg, welke knelpunten zijn er dan binnen de ggz?</h2>

	<p>“Net als in andere sectoren moet de ggz er hard aan werken om in de toekomst zo doelmatig en efficiënt mogelijk kwalitatief goede zorg te blijven leveren. Daarnaast komen er steeds meer richtlijnen voor de behandeling van verschillende ziektebeelden. Het implementeren van deze richtlijnen blijkt niet gemakkelijk. Zoals al blijkt uit de ggz-specifieke onderwerpen in Zorg voor Beter, willen ggz-instellingen meer werk maken van de zorg voor de cliënten die langdurig afhankelijk zijn van onze zorg.”</p>

<h2>Is er de afgelopen jaren gewerkt aan kwaliteit, en zo ja hoe?</h2>

	<p>&#8220;Jazeker. Kwaliteit staat, zoals ik al eerder aangaf, hoog op onze agenda. Zo bestaat er voor de ggz sinds 2002 een <abbr>HKZ</abbr>-certificatieschema. We hebben met onze instellingen in 2003 afgesproken dat zij zich onder andere moesten gaan richten op het behalen van het <abbr>HKZ</abbr>-certificaat, zodat de kwaliteit kon worden gemeten. Maar ook onderwerpen als benchmarking, cliëntwaardering, de doorbraakprojecten voor depressie en schizofrenie, de zorgplansystematiek en natuurlijk de set prestatie-indicatoren, die we onlangs hebben gepresenteerd, zijn voorbeelden waaruit blijkt dat we ons duidelijk richten op het verbeteren van kwaliteit.”</p>

<h2>Zorg voor Beter biedt de mogelijkheid kennis en ervaring uit te wisselen met andere zorgsectoren. Gebeurt dat al of is dit geheel nieuw voor de ggz?</h2>

	<p>“Dat gebeurt al. In de ggz hebben we naast ons eigen <abbr>GGZ</abbr> Kennisnet ook andere specifieke kenniscentra, waar instellingen specifieke informatie kunnen halen. Deze centra richten zich op uiteenlopende gebieden, zoals het kenniscentrum jeugd of het kenniscentrum voor de forensische psychiatrie, het <abbr>EFP</abbr>. Deze centra richten zich vaak nadrukkelijk op de keten en niet alleen op de ggz zelf. Kortom, geheel nieuw is het dus niet.”</p>

<h2>Wat verwacht <abbr>GGZ</abbr> Nederland van de openstelling van het programma Zorg voor Beter?</h2>

	<p>&#8220;Ik hoop dat veel instellingen zullen intekenen op de diverse verbetertrajecten, maar ik weet niet of dat zal gebeuren. Instellingen moeten zich namelijk ook richten op de invoering van de diagnose behandelcombinaties, zorgzwaartepakketten en vele andere zaken. Desondanks hoop ik dat veel instellingen van de mogelijkheid gebruik maken om deel te nemen aan de verbeterprogramma’s.”</p>

<h2>Hoe stimuleert <abbr>GGZ</abbr> Nederland instellingen om deel te nemen aan onderdelen van Zorg voor Beter?</h2>

	<p>“Naast de gebruikelijke adviescolleges zullen we de instellingen via de <abbr>GGZ</abbr> direct, <abbr>GGZ</abbr> Kennisnet en Q-net, ons netwerk van kwaliteitsfunctionarissen, wijzen op de mogelijkheden van ‘Zorg voor Beter’.”</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2006-11-28T09:22:00+00:00</dc:date>
    </item>

    
    </channel>
</rss>
