<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0"
 xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
 xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
 xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/"
 xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#"
 xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">

 <channel>
    
  <title>Zorg voor Beter: Geest en lichaam</title>
   <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/</link>
   <description></description>
   <dc:language>en</dc:language>
   <dc:creator>laura@basisvoorcommunicatie.nl</dc:creator>
   <dc:rights>Copyright 2012</dc:rights>
   <dc:date>2012-02-09T08:42:17+00:00</dc:date>
   <admin:generatorAgent rdf:resource="http://www.expressionengine.com/" />
    

    <item>
      <title>GGzE in Eindhoven ontwikkelt lesmateriaal over ervaringsdeskundigheid</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/de-client-weet-zelf-vaak-het-beste-wat-goed-voor-hem-is/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/de&#45;client&#45;weet&#45;zelf&#45;vaak&#45;het&#45;beste&#45;wat&#45;goed&#45;voor&#45;hem&#45;is/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Niet de hulpverlener weet het beste wat de cliënt nodig heeft, maar de cliënt zelf. Met dat idee in het achterhoofd ontwikkelt GGzE  in Eindhoven  lesmateriaal over ervaringsdeskundigheid. Kees Spitters, manager Onderzoek en ontwikkeling bij GGzE: “We denken nog te veel voor de cliënt. Dat bewustzijn willen we verpleegkundestudenten op de ROC’s al bijbrengen.”</p>	<p>De GGzE maakt veel gebruik van ervaringsdeskundigen. Sinds enkele jaren zijn er opleidingen op mbo- en hbo-niveau waarin ervaringsdeskundigen leren mensen met dezelfde problemen bij te staan. “We zetten professionele ervaringsdeskundigen in binnen de teams. Zij vormen daardoor een belangrijk onderdeel van de behandeling. Maar ervaringsdeskundigheid is meer”, legt Spitters uit. “Dat betekent ook: al tijdens de behandeling van een cliënt rekening houden met zijn wensen en behoeften.”</p>

<h2>Paternalistisch denken</h2>

	<p>GGzE wil medewerkers bewust maken wat een goede bejegening betekent voor de cliënt. Kees Spitters: “De cliënt weet zelf vaak wel wat goed voor hem is en kan aangeven wat hij nodig heeft en hoe hij bejegend wil worden. Wij maken ons binnen de ggz nog wel eens schuldig aan paternalistisch denken. Dan vergeten we dat je met de cliënt overeenstemming moet bereiken over de behandeling en het doel waaraan je samen gaat werken.” Spitters vindt het erg belangrijk dat dit paternalistisch denken verdwijnt en het ‘nieuwe’ gedachtegoed wordt uitgedragen binnen zijn organisatie. “Dat veranderingsproces begint al binnen de opleidingen.”</p>

<h2>‘Blended learning’</h2>

	<p>Medewerkers krijgen allemaal een cursus cliëntparticipatie, maar Spitters wil ook beginnende studenten dit gedachtegoed bijbrengen. “Je kunt het wel in de organisatie zelf leren, maar als je het onderdeel laat uitmaken van de opleiding komen de nieuwe medewerkers beter voorbereid in de praktijk.” Vanaf september gaat GGzE daarom samen met het <abbr>ROC</abbr> het nieuwe lesmateriaal ontwikkelen. In mei 2012 moet dan de pilot plaatsvinden, waarna de module in het volgend schooljaar kan worden geïntroduceerd. “We weten nog niet hoe het eruit gaat zien, maar waarschijnlijk wordt het blended learning: deels klassikaal, deels via e-learning.”</p>

<h2>Ook andere sectoren</h2>

	<p>Spitters denkt dat ook andere ROC’s de module willen en kunnen overnemen en dat ook opleidingen voor de <abbr>VVT</abbr> en gehandicaptenzorg de module gaan gebruiken. “Natuurlijk is de ervaringsdeskundigheid daar anders, maar het idee is hetzelfde. In de gehandicaptenzorg kun je familie erbij betrekken en hun ervaringen gebruiken in de bejegening met de cliënt. Zij kennen hem of haar tenslotte beter dan jij als zorgverlener.” Denkt Spitters dat alle studenten deze nieuwe manier van werken en denken kunnen leren? “Zeker wel. Sterker nog: als je in de zorg wilt werken, moet je deze competenties wel hebben.”</p>

<h2>Over de subsidieronde onderwijs</h2>

	<p>ZonMw heeft 25 projecten gehonoreerd die gaan werken aan een betere aansluiting tussen kennis, zorgonderwijs en de zorgpraktijk. De subsidieronde, een samenwerking tussen het Nationaal Programma Ouderenzorg en het programma Zorg voor Beter, leverde veel aanvragen op van samenwerkingsverbanden tussen mbo-instellingen en zorgorganisaties. Doel van de subsidieronde is actuele kennis uit de langdurende zorgpraktijk te vertalen naar onderwijsproducten. De projecten leveren lesmateriaal op dat het zorgonderwijs vooruit helpt.</p>

	<p>Donderdag 22 september brengt Zorg voor Beter, samen met het Nationaal Programma Ouderenzorg, een nieuwsbriefspecial uit over de onderwijsprojecten. Bent u nog geen nieuwsbriefabonnee maar wilt u de special niet missen? Abonneer u dan nu op <a href="http://www.zorgvoorbeter.nl/nieuwsbrief/">de nieuwsbrief.</a></p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2011-09-19T09:01:08+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>“Met een organisatiebrede aanpak bereiken we meer&#8221;</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/ggz-verbetertrajecten-met-een-organisatiebrede-aanpak-met-managementonderst/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/ggz&#45;verbetertrajecten&#45;met&#45;een&#45;organisatiebrede&#45;aanpak&#45;met&#45;managementonderst/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, medicatieveiligheid, probleemgedrag, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Sonja van Rooijen coördineert de Zorg voor Beter Verbetertrajecten die het Trimbos-instituut sinds een jaar voor instellingen in geestelijke gezondheidszorg verzorgt. “Projectmatig werken is lastig voor de deelnemers. Ze hebben goede ondersteuning van het management nodig.”</p>	<p>Wetenschappelijk medewerker Sonja van Rooijen concludeert dit na een vol jaar ervaring met verschillende rondes verbetertrajecten gericht op thema’s die spelen in de geestelijke gezondheidszorg: bemoeizorg, geest en lichaam, herstelgerichte zorg en sociale participatie.  </p>

<h2>Combi-verbetertrajecten</h2>

	<p>Vanaf 2009 wijzigt het aanbod voor ggz-instellingen omdat de thema’s vanaf dan alleen nog maar gecombineerd worden aangeboden. “Er zijn logische combinaties gemaakt van onderwerpen die goed bij elkaar passen”, vertelt Van Rooijen. De twee combi-verbetertrajecten die begin 2009 starten zijn herstelgerichte zorg in combinatie met sociale participatie en als tweede geest en lichaam (somatische comorbiditeit) in combinatie met medicatieveiligheid. Op 23 oktober wordt ’s middags in Utrecht een informatiebijeenkomst gehouden over de nieuwe combi-verbetertrajecten.</p>

<h2>Weinig steun management</h2>

	<p>Instellingen doen in de combi-ronde mee met twee teams die elk met een verschillend thema aan de slag gaan. Het voordeel is dat de teams onderling veel van elkaar kunnen leren en de kunst van het verbeteren bij elkaar kunnen afkijken. “Het vasthouden van verbeterresultaten en de rol van het management daarbij krijgen volop aandacht in de nieuwe verbetertrajecten omdat we merken dat teams dat moeilijk voor elkaar krijgen. De projectmanagers van de deelnemende instellingen voelen zich vaak te weinig gesteund door het management. Wil je de veranderingen echt borgen dan moet je er breder in de organisatie op inzetten.” </p>

<h2>Ideaal vervolgtraject </h2>

	<p>“Omdat de deelnemers aan de huidige verbetertrajecten voor hun gevoel nog maar net ‘op gang zijn’, is een vervolg in de vorm van een combi-verbetertraject ideaal om de verbeteringen in de zorg van de grond te krijgen”, vindt Van Rooijen. Ze hoopt daarom dat ook de huidige deelnemers zich inschrijven voor de combi-trajecten. </p>

<h2>Positieve tussenbalans</h2>

	<p>Sonja van Rooijen is erg te spreken over de resultaten van de huidige verbetertrajecten. De werkconferenties zijn heel inspirerend. Ook is er bij alle deelnemende instellingen gemeten. In het verbetertraject Herstelgerichte zorg is een Amerikaans instrument voor modelgetrouwheidsmeting gebruikt, de zogenaamde <abbr>ROPI</abbr> (Recovery Oriented Practices Index). Door het houden van interviews met hulpverleners wordt op acht punten gemeten hoe herstel- of cliëntgericht ze zijn, hoe het staat met de basale zorg, in welke mate er vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast en hoe de zorg wordt vertaald in behandelplannen. Op een vijfpuntsschaal is dan te zien hoe de instelling scoort. Teams stellen vervolgens hun eigen streefscores vast. De nametingen en de analyse ervan volgen nu op korte termijn en daarna presenteren de deelnemers hun werkplannen. </p>

<h2>Combi-verbetertrajecten als vervolg</h2>

	<p>Deze verbetertrajecten lopen begin 2009 af. Van Rooijen: “Daarna kunnen de instellingen hun verbeteringen van de zorg voortzetten met behulp van de eerdergenoemde combi-verbetertrajecten. Hierbij doen instellingen mee met twee teams die met een verschillend thema aan de slag gaan. Daarbij kunnen ze kiezen uit Herstelgerichte zorg in combinatie met Sociale participatie en Geest en lichaam (somatische comorbiditeit) in combinatie met Medicatieveiligheid.”</p>

]]></content:encoded>
      <dc:date>2008-09-30T09:24:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>“Ggz houdt problemen het liefst binnenskamers”</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/ggz-houdt-problemen-het-liefst-binnenskamers/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/ggz&#45;houdt&#45;problemen&#45;het&#45;liefst&#45;binnenskamers/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Elisa Carter, lid van de Raad van Bestuur van de GGz Eindhoven, verdedigt de belangen van de ggz in de Commissie Verbetertrajecten van Zorg voor Beter. “Er valt genoeg te verbeteren in de ggz, maar we hangen niet graag de vuile was buiten.”</p>	<p>De van oorsprong (Brits) Guyanese Elisa Carter maakt vanaf 1 december 2004 deel uit van de Raad van Bestuur bij de GGzE Eindhoven en de Kempen. Sinds acht jaar zit ze in diverse commissies van ZonMw. De ggz kwam er al die tijd bekaaid vanaf. “Tot vorig jaar was er te weinig aandacht voor de noodzakelijke verbeteringen binnen de ggz. De problemen waren net zo groot als elders in de zorg, maar minder prominent aanwezig. Dat komt omdat we onze knelpunten en fouten liever niet naar buiten brengen.”</p>

<h2>Verbeterpunten</h2>

	<p>Op een gegeven moment constateerden <abbr>GGZ</abbr> Nederland, ZonMw en de commissieleden dat deze houding ten koste ging van de cliënt. Toen hebben zij samen met het Trimbos-instituut vier verbetertrajecten opgesteld. Tijdens een verbetertraject leren instellingen volgens Elisa Carter vooral anders kijken naar signalen van cliënten. “Ze leren anticiperen op een cliënt en aan de hand daarvan op tijd interveniëren. Zo’n houding vergt andere vaardigheden van de professionals. Ze moeten meer tegemoet komen aan de wensen van de cliënt.”</p>

<h2>Geen excuus</h2>

	<p>Genoeg nog te verbeteren dus, binnen de ggz. Elisa Carter vindt dat instellingen niet als excuus mogen gebruiken dat ze geen tijd hebben voor een verbetertraject. “Dan maak je maar tijd. Op de lange termijn heb je er profijt van.” Overigens roept Elisa Carter instellingen op om alleen mee te doen als ze écht willen. “Ze moeten het idee hebben dat ze juist op dit punt veel winst kunnen behalen. Bij twijfel kunnen ze net zo goed wachten tot het verbetertraject resultaten heeft opgeleverd en de bevindingen dan overnemen. Want dat is tenslotte het doel van de verbetertrajecten. Dat uit het onderzoek daadwerkelijk resultaten komen, die andere instellingen ook kunnen gebruiken. Zodat de sector in de gehele breedte beter wordt.”</p>

	<p><a href="/docs/Interview_Elisa_Carter.pdf">Benieuwd welke problemen binnen de ggz Elisa Carter nog meer zou willen aanpakken? Download dan hier het complete interview. (pdf, 56.57KB)</a></p>

]]></content:encoded>
      <dc:date>2007-09-10T08:24:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>“Meer aandacht nodig voor lichamelijke gesteldheid van geesteszieke cliënten”</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/meer-aandacht-nodig-voor-lichamelijke-gesteldheid-van-geesteszieke-clienten/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/meer&#45;aandacht&#45;nodig&#45;voor&#45;lichamelijke&#45;gesteldheid&#45;van&#45;geesteszieke&#45;clienten/</guid>
      <dc:subject>geest&#45;en&#45;lichaam</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Carolien Smits is de tweede projectleider die aan het woord komt in een serie interviews over verbetertrajecten voor de langdurende ggz. Zij is verantwoordelijk voor het verbetertraject ‘Geest en lichaam’ over psychische en somatische problematiek.</p><h2>Schokkende voorbeelden</h2>

	<p>Voor Carolien Smits, senior wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos Instituut, is het de eerste keer dat ze een verbetertraject gaat leiden. Ze haalt haar motivatie uit een paar schokkende voorbeelden die haar in de aanloopperiode ter ore kwamen. Zo vertelt ze over een jonge schizofrene cliënt waarbij diabetes pas aan het licht kwam nadat deze persoon in elkaar zakte. </p>

<h2>Extra tijd, aandacht en expertise</h2>

	<p>Smits realiseert zich dat dit onderwerp extra inzet vraagt van de instellingen: “Cliënten voelen zich niet serieus genomen als ze lichamelijke klachten naar voren brengen. Tegelijkertijd zijn er cliënten die hun lichamelijke problemen zelf niet herkennen. Dat maakt de signalering  door hulpverleners extra moeilijk. Zeker bij degenen die toch al beperkt geschoold zijn in somatische zorg. Het onderwerp vraagt daarom extra tijd, aandacht en expertise.” Toch heeft ze vertrouwen in de sector. “Ik merk dat er steeds meer mensen zijn die zich met dit onderwerp bezighouden.”</p>

<h2>Toenemende belangstelling</h2>

	<p>“De aandacht is de afgelopen jaren gegroeid door controles van de Inspectie voor de Gezondheidszorg”, vertelt Smits. In de praktijk werden veel fysieke problemen gemist, zo bleek uit de rapporten van de Inspectie. “Dit heeft de ggz-instellingen wakker geschud. Er is inmiddels veel meer aandacht voor de lichamelijke gesteldheid van cliënten, ook bij individuele ggz-professionals. Zij merken wel dat deze aandacht voor somatische co-morbiditeit gerichter en beter gestructureerd moet worden.”</p>

<h2>Regelmatig meten helpt</h2>

	<p>Net als bij de andere verbetertrajecten beginnen de deelnemende instellingen met een nulmeting. “Bewustwording bij het personeel in de instellingen is essentieel. Een nulmeting maakt het uitgangspunt duidelijk”. Carolien Smits vertelt dat de instellingen gedurende het verbetertraject de meting om de paar maanden herhalen. “Dit regelmatig meten moet routine worden. Instellingen krijgen zo een beter inzicht in de problematiek en tegelijkertijd geeft meten een goed beeld van de voortgang. Dat stimuleert enorm.”</p>

<h2>Aandacht is hard nodig</h2>

	<p>Bij de quickscan die voorafging aan de ggz-verbetertrajecten kwamen legio goede voorbeelden naar boven. Die kunnen instellingen helpen bij de omgang met somatische co-morbiditeit. De projectleider is er enthousiast over: “Vooral <a href="http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/psychische-en-somatische-problematiek/voorbeelden/" title="de goede voorbeelden,">de goede voorbeelden,</a> waarin de nadruk ligt op samenwerking met andere sectoren en die gericht is op monitoring en screening, zijn mooie voorbeelden waarop andere instellingen kunnen aanhaken.” </p>

<h2>Multidisciplinair werken</h2>

	<p>Smits beaamt dat het voor dit onderwerp nodig is dat de instellingen steeds meer multidisciplinair gaan werken. “Je ziet nu dat instellingen de restanten van de voormalige medische centra nieuw leven inblazen. Ook zijn er vaak huisartsen en fysiotherapeuten actief binnen de instelling die actiever bij de zorg betrokken kunnen worden”, vertelt ze.</p>

<h2>Aanmelden nog mogelijk </h2>

	<p>Inmiddels zijn er ongeveer zes aanmeldingen voor de eerste ronde die dit najaar van start gaat. In januari start al de tweede ronde. “Het is de bedoeling dat we elke ronde met acht tot tien instellingen starten”. Smits geeft aan dat dit verbetertraject ook geschikt is voor de gehandicaptenzorg en thuiszorg. “Dit heeft als voordeel dat instellingen uit verschillende sectoren van elkaar kunnen leren. We willen de hokjescultuur doorbreken”, aldus Smits.</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2007-08-27T14:19:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co&#45;morbiditeit in de ggz</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/eenzaamheid-langdurig-gesloten-zorg-bemoeizorg-en-co-morbiditeit-in-de-gees/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/eenzaamheid&#45;langdurig&#45;gesloten&#45;zorg&#45;bemoeizorg&#45;en&#45;co&#45;morbiditeit&#45;in&#45;de&#45;gees/</guid>
      <dc:subject>bemoeizorg, geest&#45;en&#45;lichaam, probleemgedrag, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Omdat de ggz en de verslavingszorg sinds kort onderdeel zijn van het programma Zorg voor Beter, heeft het Trimbos-instituut op verzoek van ZonMW afgelopen najaar een inventarisatie gemaakt.  Wetenschappelijk medewerker Sonja van Rooijen vertelt over de vier thema’s die voor de ggz en verslavingszorg zijn geselecteerd: eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit. “Omdat er weinig tijd was, hebben we de inventarisatie heel compact uitgevoerd met behulp van telefonische interviews en vragenlijsten.”</p><h2>Quickscan</h2>

	<p>“De inventarisatie is eigenlijk een ‘quickscan’ van de initiatieven in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg op het gebied van eenzaamheid, langdurig gesloten zorg, bemoeizorg en co-morbiditeit”, vertelt Van Rooijen. Bemoeizorg betreft hulpverlening aan sociaal kwetsbare mensen met ernstige psychische problemen en/of verslavingsproblemen met de neiging elke vorm van zorg uit de weg te gaan. Co-morbiditeit is de term voor patiënten met meerdere, samenhangende  problemen, in dit geval zowel geestelijke als lichamelijke gezondheidsproblemen.</p>

<h2>Verbeteren dankzij doorbraakmethodieken</h2>

	<p>Het is de bedoeling dat er voor de vier thema’s zogenoemde verbetertrajecten worden ontwikkeld, ook wel doorbraakprojecten genoemd. “De teams die met een doorbraakmethode aan de slag gaan, moeten allemaal dezelfde doelen voor ogen hebben. Eventuele subdoelen kunnen wel verschillen.”</p>

<h2>Criteria voor verbetertrajecten</h2>

	<p>Sonja van Rooijen vertelt dat er bepaalde criteria zijn opgesteld voor de verbetertrajecten: het zijn onderwerpen met een zeker ‘sense of urgency’, er is sprake van betere uitkomsten voor de cliënt, de projecten zijn gericht op een kloof tussen theorie en praktijk, er zijn aantoonbare ‘good practices’ met aanknopingspunten voor overname door andere instellingen, bekende indicatoren en richtgetallen én een bestaande infrastructuur.</p>

<h2>Aanpak van eenzaamheid</h2>

	<p>Rond het thema eenzaamheid bleken tijdens de inventarisatie enorm veel uiteenlopende initiatieven te bestaan. Gezien de beperkte looptijd van de inventarisatie heeft het Trimbos-instituut zich beperkt tot een aantal onderwerpen, zoals bijvoorbeeld vriendendiensten, maatjesprojecten, lotgenotencontact, zelfhulpgroepen, inloop- en ontmoetingscentra en integratieprojecten. De eerste inventarisatie levert vooral innovatieve praktijken op onder zelfhulp en integratieprojecten. Projecten als vriendendiensten zijn niet minder belangrijk maar bestaan al wat langer. Sonja van Rooijen: “Eenzaamheid is een heel diffuus onderwerp dat zowel intra- als extramuraal speelt en vaak kleinschalig en lokaal wordt ingevuld. Hierbij willen we bekijken  of we de diverse initiatieven kunnen bundelen om er een of meerdere verbeterthema’s uit te lichten.”</p>

<h2>Anti-stigmaprojecten</h2>

	<p>Sonja vindt binnen het thema eenzaamheid vooral de anti-stigmaprojecten erg interessant. ”Deze zijn gericht op het verbeteren van de beeldvorming en de mogelijkheid voor mensen om mee te kunnen doen. Het gaat over de integratie van mensen met psychische problematiek in de samenleving. Omdat gemeenten een grotere rol spelen door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is het zaak lokaal veel ruchtbaarheid te geven aan dit soort projecten.”</p>

<h2>Andere cultuur en behandelklimaat</h2>

	<p>Het tweede thema is de langdurig gesloten zorg. Omdat er vele voorbeelden zijn van dwang en drang binnen de instellingen is de inventarisatie heel gericht uitgevoerd. Van Rooijen: “Voor de verbetertrajecten willen we breder kijken dan het terugdringen van dwang en drang. Er gebeurt immers al veel, zoals het invoeren van signaleringsplannen, scholing en agressiepreventietrainingen. We willen juist meer nadruk leggen op het cliëntgericht en ontwikkelingsgericht werken, het invoeren van  rehabilitatiemethodieken en projecten om te werken aan het herstel van cliënten. Ook het medicatiebeleid kunnen we daarbij meenemen.” Vooral de ontwikkelingsgerichte zorg voor de zogenaamde achterblijvers, vindt Van Rooijen belangrijk. “Achterblijvers zijn de mensen die jarenlang in een gesloten inrichting verblijven zonder dat er zicht is op enige verandering in hun situatie. Het is nuttig te onderzoeken hoe we daar verandering in kunnen brengen.”</p>

<h2>Bemoeizorg organiseren als ketenzorg</h2>

	<p>De schriftelijke inventarisatie van het derde thema, bemoeizorg, leverde 88 projecten op. Deze zijn ingedeeld in vijf typen, variërend van zorgoverleggen, vangnet- en adviesteams tot <abbr>ACT</abbr>-teams en samenwerkingsverbanden van verschillende hulporganisaties. Van Rooijen vertelt dat het probleem niet eens zozeer is om mensen op te sporen en in zorg te krijgen. “Het gaat er juist om hoe het verder gaat als mensen eenmaal in zorg zijn. Hoe kunnen we voorkomen dat ze opnieuw buiten de boot vallen. Het voorlopige idee is dat we ons bij dit thema op de ketenzorg focussen. Het gaat om een zo goed mogelijke samenwerking tussen de woningbouwcorporaties, 1e lijn, maatschappelijk werk, ggz en opvangvoorzieningen. We moeten hiervoor doorbraakmethodieken gaan kiezen die de zwakke schakels in de keten zoveel mogelijk versterken. Ook moeten we ons richten op de bemoeizorg voor gezinnen en jeugdigen.”</p>

<h2>Meer aandacht voor somatische klachten</h2>

	<p>Het laatste thema, co-morbiditeit, ofwel de zorg voor patiënten met zowel psychische als fysieke gezondheidsproblemen, bleek een lastig onderwerp dat door gebrek aan duidelijke initiatieven het moeilijkst in kaart te brengen was. De meeste projecten zijn gericht op screening. Van Rooijen: “Maar er zijn veel meer onderwerpen te bedenken. De instellingen die het Trimbos-instituut hierover sprak, waren het er namelijk wel over eens dat er meer aandacht moet komen voor somatische co-morbiditeit. “De aandacht voor de somatische kant is op de achtergrond geraakt. De zorgsectoren zijn veel meer gescheiden dan voorheen. Hierdoor ontbreekt bijvoorbeeld de huisartsenzorg bij de instellingen.” Het Trimbos-instituut concludeert dat meer aandacht nodig is voor screening, diagnostiek en behandeling. Dat geldt ook voor tandheelkundige zorg, sport en lichaamsbeweging en de relatie met eten en drinken.</p>

<h2>Start na de zomer</h2>

	<p>Op dit moment wordt gewerkt aan een plan van aanpak op hoofdlijnen. “Als dat plan is goedgekeurd, werken we op basis van de inventarisaties de plannen per thema in detail uit”, aldus Van Rooijen, Dit proces heeft tijd nodig. “We zijn nu nog aan het nadenken over de exacte uitwerking van de thema’s. Ook is het bij bepaalde thema’s nodig nader te inventariseren. We verwachten de verbetertrajecten voor de ggz en verslavingszorg na de zomer te starten.”</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2007-02-06T04:53:00+00:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>&#8220;Kwaliteitsverbetering staat ook in onze sector hoog op de agenda&#8221;</title>
      <link>http://www.zorgvoorbeter.nl/onderwerpen/over/geest-en-lichaam/interviews/kwaliteitsverbetering-staat-ook-in-onze-sector-hoog-op-de-agenda/</link>
      <guid>http://www.zorgvoorbeter.nl/&quot;onderwerpen/over&quot;/geest&#45;en&#45;lichaam/interviews/kwaliteitsverbetering&#45;staat&#45;ook&#45;in&#45;onze&#45;sector&#45;hoog&#45;op&#45;de&#45;agenda/</guid>
      <dc:subject>geest&#45;en&#45;lichaam, herstelgerichte&#45;zorg, probleemgedrag, sociale&#45;participatie</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[	<p>Het kwaliteitsprogramma Zorg voor Beter staat sinds deze maand ook open voor ggz-instellingen en instellingen uit de verslavingszorg. Jos de Beer, directeur van <abbr>GGZ</abbr> Nederland, vertelt over deze mogelijkheid. &#8220;De kwaliteitsverbetering die met de programma’s wordt nagestreefd, staat ook in onze sector hoog op de agenda. Ik hoop dat veel instellingen zullen intekenen op de verbetertrajecten.&#8221; </p><h2>Het programma Zorg voor Beter draait al enige tijd. Kent u de insteek van het project?</h2>

	<p>“Jazeker. We voeren regelmatig overleg met <abbr>VWS</abbr> en andere stakeholders en daarin komt het programma, net als de ggz-variant Sneller Beter (voor betere zorg in ggz en verslavingszorg), geregeld aan bod. De kwaliteitsverbetering die met de programma’s wordt nagestreefd, staat ook in onze sector hoog op de agenda. We zijn dan ook blij dat ook de ggz nu de mogelijkheid heeft om deel te nemen aan Zorg voor Beter.”</p>

<h2>Wat kan de toegevoegde waarde zijn voor de ggz?</h2>

	<p>“Instellingen kunnen met de projecten van Zorg voor Beter onderdelen van hun dagelijks werk aanpakken waardoor op den duur niet alleen de zorg maar ook de financiën zullen verbeteren. Daarnaast vind ik het goed dat binnen de zorg de sectoren samen werken aan een kwaliteitsverbetering. Sommige knelpunten spelen momenteel in meerdere sectoren, waardoor zij onderling van elkaar leren.”</p>

<h2>Als het gaat om kwaliteit van de zorg, welke knelpunten zijn er dan binnen de ggz?</h2>

	<p>“Net als in andere sectoren moet de ggz er hard aan werken om in de toekomst zo doelmatig en efficiënt mogelijk kwalitatief goede zorg te blijven leveren. Daarnaast komen er steeds meer richtlijnen voor de behandeling van verschillende ziektebeelden. Het implementeren van deze richtlijnen blijkt niet gemakkelijk. Zoals al blijkt uit de ggz-specifieke onderwerpen in Zorg voor Beter, willen ggz-instellingen meer werk maken van de zorg voor de cliënten die langdurig afhankelijk zijn van onze zorg.”</p>

<h2>Is er de afgelopen jaren gewerkt aan kwaliteit, en zo ja hoe?</h2>

	<p>&#8220;Jazeker. Kwaliteit staat, zoals ik al eerder aangaf, hoog op onze agenda. Zo bestaat er voor de ggz sinds 2002 een <abbr>HKZ</abbr>-certificatieschema. We hebben met onze instellingen in 2003 afgesproken dat zij zich onder andere moesten gaan richten op het behalen van het <abbr>HKZ</abbr>-certificaat, zodat de kwaliteit kon worden gemeten. Maar ook onderwerpen als benchmarking, cliëntwaardering, de doorbraakprojecten voor depressie en schizofrenie, de zorgplansystematiek en natuurlijk de set prestatie-indicatoren, die we onlangs hebben gepresenteerd, zijn voorbeelden waaruit blijkt dat we ons duidelijk richten op het verbeteren van kwaliteit.”</p>

<h2>Zorg voor Beter biedt de mogelijkheid kennis en ervaring uit te wisselen met andere zorgsectoren. Gebeurt dat al of is dit geheel nieuw voor de ggz?</h2>

	<p>“Dat gebeurt al. In de ggz hebben we naast ons eigen <abbr>GGZ</abbr> Kennisnet ook andere specifieke kenniscentra, waar instellingen specifieke informatie kunnen halen. Deze centra richten zich op uiteenlopende gebieden, zoals het kenniscentrum jeugd of het kenniscentrum voor de forensische psychiatrie, het <abbr>EFP</abbr>. Deze centra richten zich vaak nadrukkelijk op de keten en niet alleen op de ggz zelf. Kortom, geheel nieuw is het dus niet.”</p>

<h2>Wat verwacht <abbr>GGZ</abbr> Nederland van de openstelling van het programma Zorg voor Beter?</h2>

	<p>&#8220;Ik hoop dat veel instellingen zullen intekenen op de diverse verbetertrajecten, maar ik weet niet of dat zal gebeuren. Instellingen moeten zich namelijk ook richten op de invoering van de diagnose behandelcombinaties, zorgzwaartepakketten en vele andere zaken. Desondanks hoop ik dat veel instellingen van de mogelijkheid gebruik maken om deel te nemen aan de verbeterprogramma’s.”</p>

<h2>Hoe stimuleert <abbr>GGZ</abbr> Nederland instellingen om deel te nemen aan onderdelen van Zorg voor Beter?</h2>

	<p>“Naast de gebruikelijke adviescolleges zullen we de instellingen via de <abbr>GGZ</abbr> direct, <abbr>GGZ</abbr> Kennisnet en Q-net, ons netwerk van kwaliteitsfunctionarissen, wijzen op de mogelijkheden van ‘Zorg voor Beter’.”</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2006-11-28T09:22:00+00:00</dc:date>
    </item>

    
    </channel>
</rss>
